ECLI:NL:PHR:1996:34
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping middelen cassatie in doodslagzaak
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens doodslag. In cassatie werden twee middelen aangevoerd, waaronder het bezwaar dat het hof niet had beslist op een verzoek tot verwijzing naar de rechter-commissaris voor nader onderzoek.
De raadsman van verdachte had in zijn pleitnota primair vrijspraak gevorderd en subsidiair verzocht om nader onderzoek, zoals het horen van een getuige en een deskundigenonderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaringen. Het hof had deze verzoeken gemotiveerd afgewezen, stellende dat de verklaringen van verdachte betrouwbaar waren en geen aanleiding gaven tot nader onderzoek.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof met zijn gemotiveerde oordeel voldoende had beslist op de verzoeken en dat het middel faalde. Ook het tweede middel, dat betrekking had op de bewezenverklaring dat het slachtoffer meermalen in de borst was gestoken, werd afgedaan met de motivering volgens art. 101a RO. De conclusie van de Procureur-Generaal was verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf wegens doodslag.