ECLI:NL:PHR:1995:AA3093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van aan de situatie aangepaste werkkleding rechercheur bij de Rijkspolitie
De zaak betreft een beroep in cassatie van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem over de aftrekbaarheid van kosten voor werkkleding van een rechercheur bij de Rijkspolitie.
De belanghebbende was werkzaam als rechercheur en droeg aangepaste kleding om niet op te vallen bij het uitvoeren van zijn taken, zoals het aanhouden van ordeverstoorders. Deze kleding kocht hij zelf en kreeg hiervoor geen vergoeding van zijn werkgever. Hij had meerdere sets kleding nodig omdat hij regelmatig moest wisselen om niet op te vallen.
In zijn aangifte inkomstenbelasting had hij de kosten van deze kleding als aftrekbare kosten opgevoerd, maar de inspecteur weigerde dit omdat het volgens hem normale kleding betrof. Het Hof oordeelde echter dat de kleding werkkleding was omdat deze specifiek voor de uitvoering van zijn werkzaamheden werd gedragen en niet redelijkerwijs buiten verband met die werkzaamheden kon worden gebruikt.
De staatssecretaris stelde dat alleen kleding die objectief gezien uitsluitend geschikt is voor werk als werkkleding kan worden aangemerkt, maar de Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat ook kleding die door de aard van het werk speciaal is aangepast en noodzakelijk is, als werkkleding kan gelden. De vrees voor een te ruime interpretatie werd niet gedeeld. Het beroep van de staatssecretaris werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen; de kleding van de rechercheur is aftrekbare werkkleding.