ECLI:NL:PHR:1995:AA3089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van kosten voor werkkleding en persoonlijke verzorging bij belastingdienst
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over de aftrekbaarheid van kosten voor kleding en persoonlijke verzorging in de inkomstenbelasting 1990.
Belanghebbende werkte in een bedrijf waar hij blootstond aan stinkende zwavelgassen die zijn kleding vervuilden en beschadigden. Hij kreeg werkkleding van de werkgever en kocht daarnaast zelf kleding aan die hij gedeeltelijk als werkkleding en gedeeltelijk als privé-kleding gebruikte. Het Hof oordeelde dat kleding die door de beroepsomstandigheden ongeschikt werd voor privégebruik als werkkleding moest worden aangemerkt, waardoor de kosten en het wassen daarvan aftrekbaar waren. Tevens werden de kosten van langdurig en herhaald douchen vanwege de zwavellucht als aftrekbare kosten erkend, omdat deze uitsluitend door de dienstbetrekking werden veroorzaakt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. Ten aanzien van werkkleding bevestigde de Hoge Raad dat het begrip werkkleding niet beperkt is tot kleding die bij vervaardiging speciaal voor het beroep is bestemd, maar ook gewone kleding die door beroepsomstandigheden ongeschikt wordt voor privégebruik kan worden aangemerkt als werkkleding. Wat betreft persoonlijke verzorging oordeelde de Hoge Raad dat kosten van langdurig douchen, die noodzakelijk zijn vanwege beroepsvervuiling, niet onder de uitsluiting van aftrekbare kosten voor persoonlijke verzorging vallen.
De uitspraak bevestigt de objectivering van het begrip werkkleding en verduidelijkt de grenzen van aftrekbaarheid van kosten die verband houden met persoonlijke verzorging in het kader van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen; de kosten van werkkleding en langdurig douchen zijn aftrekbaar.