ECLI:NL:PHR:1995:AA1636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en Inspecteur inzake kapitaalsbelasting 1989 en verleent teruggaaf
De belanghebbende, een naamloze vennootschap, had in 1989 kapitaalsbelasting betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. De inspecteur weigerde teruggaaf, en het gerechtshof bevestigde deze weigering in 1991. De belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad vernietigde uiteindelijk het arrest van het hof en de uitspraak van de inspecteur, en verleende teruggaaf van het betaalde bedrag. Tevens werd de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een mogelijke proceskostenveroordeling van de wederpartij.
In de conclusie werd ook ingegaan op de vraag van proceskostenvergoeding. De belanghebbende beriep zich op het vóór 1994 geldende recht, maar de conclusie stelt dat het primaire standpunt van de belanghebbende op een misverstand berust. De overgangsregeling van 1993 werd als wettelijk en rechtmatig beoordeeld, en het beroep op redelijkheid en billijkheid werd verworpen.
De conclusie strekt tot veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten van het cassatieberoep, vastgesteld op ƒ 2.840,- voor beroepsmatige rechtsbijstand. De Hoge Raad gaf de belanghebbende de gelegenheid om binnen zes weken te reageren op een eventuele veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en verleent teruggaaf van de kapitaalsbelasting 1989.