ECLI:NL:PHR:1995:AA1559
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verliesverrekening na staking onderneming en aanvang nieuwe activiteiten door besloten vennootschap
De zaak betreft een beroep in cassatie van X B.V. tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem inzake de verrekening van verliezen die zijn geleden bij de staking van haar veemesterij- en slagerijactiviteiten in 1981 met winsten behaald na 1985 uit nieuwe activiteiten.
X B.V. was onderdeel van een fiscale eenheid en beëindigde haar oorspronkelijke onderneming in 1981. Na het beëindigen van de veemesterij en slagerij werden vaste activa verkocht in 1982 en 1983, waarbij verliezen ontstonden. Tegelijkertijd begon X B.V. nieuwe activiteiten als houdster- en beleggingsmaatschappij. Het geschil betrof de vraag of deze verliezen konden worden verrekend met latere winsten.
Het hof oordeelde dat de verliezen verband hielden met de gestaakte onderneming en daarom niet konden worden verrekend met latere winsten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het begrip staking van onderneming inhoudt dat de oude organisatie van arbeid en kapitaal is beëindigd. De nieuwe houdster- en beleggingsactiviteiten vormen een nieuwe onderneming, waardoor verliesverrekening uitgesloten is volgens artikel 20, lid 5, Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De conclusie van de procureur-generaal ondersteunt deze interpretatie, waarbij wordt gesteld dat houdster- en beleggingsactiviteiten niet als voortzetting van de oude onderneming gelden en dat verliezen uit de oude onderneming niet met latere winsten mogen worden verrekend. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de uitspraak van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen; verliezen uit de gestaakte onderneming zijn niet verrekenbaar met latere winsten uit nieuwe activiteiten.