ECLI:NL:PHR:1995:34
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over formele rechtskracht en onrechtmatige daad bij ingetrokken arbeidsongeschiktheidsbeslissing
De zaak betreft de vraag of een bedrijfsvereniging een beroep kan doen op de formele rechtskracht van een door haar gegeven beslissing over de mate van arbeidsongeschiktheid van een werknemer, terwijl zij die beslissing later heeft ingetrokken wegens onjuistheid. De werknemer was sinds 1975 arbeidsongeschikt en ontving uitkeringen op basis van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering. In 1985 werd de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagd, wat leidde tot een lagere uitkering. Deze beslissing werd niet door de administratieve rechter vernietigd en het beroep daarop werd ongegrond verklaard.
In 1990 trok de bedrijfsvereniging de beslissing van 1985 in en herstelde de oorspronkelijke mate van arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht. Hierdoor ontving de werknemer een nabetaling. De Hoge Raad stelt dat een ingetrokken beslissing geen formele rechtskracht kan hebben en dat de leer van formele rechtskracht niet van toepassing is als de administratieve rechter zich niet heeft uitgesproken over de ingetrokken beslissing.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de belastingschade die de werknemer leed door de cumulatieve uitbetaling van achterstallige uitkeringen niet valt onder de regeling van art. 1286-oud BW, die alleen ziet op vertragingsschade. De schade is het gevolg van de wijze van uitbetaling en niet van de vertraging zelf. De bedrijfsvereniging is aansprakelijk voor deze schade wegens onrechtmatig handelen. Het beroep van de bedrijfsvereniging wordt verworpen.
Uitkomst: De bedrijfsvereniging kan zich niet beroepen op formele rechtskracht en is aansprakelijk voor de belastingschade door onrechtmatig handelen.