ECLI:NL:PHR:1994:53
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn bij verblijf in buitenland
In deze zaak vordert de Gemeente Arnhem verhaal van ten onrechte ontvangen bijstand door verzoeker over meerdere perioden, omdat hij inkomsten had uit handel in harddrugs. De kantonrechter wijst het verzoek van de Gemeente toe en verklaart verzoeker schuldig aan terugbetaling van ruim 43.000 gulden. Verzoeker ontvangt de beschikking op het adres waar hij nog ingeschreven staat, maar verblijft op dat moment in Turkije vanwege een gedwongen verblijf.
Verzoeker komt in hoger beroep, maar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend. Hij stelt dat hij pas na terugkeer uit Turkije kennis kon nemen van de beschikking en dat hem het verlaten van Turkije was verboden tot 13 april 1993. De Hoge Raad bevestigt dat de beroepstermijn van vier weken begint te lopen op de dag na verzending van de beschikking aan het adres waar verzoeker stond ingeschreven, ook al was hij feitelijk elders.
De Hoge Raad overweegt dat het voor rekening van verzoeker komt dat hij niet tijdig beroep instelt, omdat hij zijn adreswijziging niet heeft doorgegeven en dat de verzending aan het adres uit het bevolkingsregister geldig is. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt, omdat dit artikel geen recht op hoger beroep garandeert in dit soort zaken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn ondanks zijn verblijf in Turkije.