ECLI:NL:PHR:1994:25
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing bij niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht
De zaak betreft een administratieve sanctie van 150 gulden opgelegd wegens het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. De kantonrechter te Oud Beijerland verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de auto daadwerkelijk niet voor het rode licht had stilgestaan, maar slechts dat de stopstreep niet was gerespecteerd.
De officier van justitie stelde in cassatie dat de kantonrechter een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd met betrekking tot de uitleg van art. 62 in Pro verbinding met art. 68 lid 1 onder Pro c RVV 1990. Volgens de Hoge Raad houdt het voorschrift in dat een bestuurder bij rood licht voor de voor hem bestemde stopstreep moet stoppen en dat het passeren van de stopstreep terwijl het licht rood is, als door rood rijden wordt beschouwd.
De Hoge Raad oordeelde dat de feitcode R 602 slechts een samenvatting is en geen volledige telastelegging, maar dat de betrokkene wel duidelijk was op welke gedraging de sanctie betrekking had. De beslissing van de kantonrechter berustte op een verkeerde rechtsopvatting en moest daarom worden vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad benadrukte dat ook het passeren van het rode licht na het passeren van de stopstreep als door rood rijden wordt gezien, conform eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissing van de kantonrechter wegens een verkeerde rechtsopvatting en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.