ECLI:NL:PHR:1994:21
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggave van inbeslaggenomen goederen aan derden bij beslag
In deze zaak is het beroep in cassatie gericht tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage die het beklag tegen het voortduren van beslag op 66 cheques, girobetaalkaarten en een paspoort ongegrond verklaarde, terwijl de teruggave van de cheques en betaalkaarten aan een derde en het paspoort aan betrokkene werd gelast.
De Hoge Raad onderzocht ambtshalve of de Rechtbank de last tot teruggave aan derden mocht geven, ondanks dat deze derden geen klaagschrift ex art. 552a Sv hadden ingediend. De Raad concludeerde dat teruggave aan anderen dan de beslagene mogelijk is indien de Officier van Justitie gebruikmaakt van zijn bevoegdheid of de belanghebbende klaagschrift indient. Dit was hier niet het geval.
Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat de Rechtbank het beslag niet had mogen laten voortduren en het beklag gegrond had moeten verklaren. De verzoeken om teruggave tijdens de raadkamerbehandeling door derden kunnen worden beschouwd als een beklag ex art. 552a Sv, waardoor teruggave aan deze derden geoorloofd is. De beschikking van de Rechtbank is daarom verbeterd en het beklag alsnog gegrond verklaard met verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het beklag tegen het voortduren van het beslag wordt gegrond verklaard en teruggave aan derden is toegestaan.