Conclusie
zitting 25 maart 1994
De gemeente Vlaardingen
De Algemene Stichting voor huisvesting en verzorging van bejaarden (A.S.H.V.B.)
De gemeente heeft medewerking aan plaatsing van de tekst "DE NEGENDE VAN OMA" geweigerd door [eiser] c.s. geen toegang te geven tot het dak van het flatgebouw. Wel heeft de gemeente het overeengekomen bedrag van ƒ 130.000 voldaan. Verschillende pogingen om in onderling overleg tot een oplossing te komen zijn mislukt; [eiser] heeft uitdrukkelijk laten weten niet bereid te zijn zijn ontwerp of een onderdeel daarvan te wijzigen, bijv. door een ander woord te gebruiken dan "OMA".
Onderdeel 1bevat geen klacht.
Onderdeel 2strekt ten betoge dat het hof een of meer van de in het onderdeel onder a t/m e genoemde rechtsregels heeft miskend. De rechtsregels staan in een volgorde van primair subsidiair, meer subsidiair, etc. en luiden alle dat een overheidslichaam verplicht is om mee te werken aan de uitvoering van een ontwerp dat een kunstenaar op grond van een aan hem verstrekte opdracht heeft gemaakt, waarbij het onderdeel zich steeds meer toespitst op de omstandigheden van het onderhavige geval.
Onderdeel 3tenslotte bevat motiveringsklachten voor het geval het hof, uitgaande van de gelding van een der in onderdeel 2 vermelde rechtsregels, daarvan zou zijn afgeweken.
De literatuur lijkt, na enige discussie over het arrest van 1985, met deze benadering in te stemmen. Zie de noot van Brunner onder het arrest van 1985, Cohen Jehoram, AA 1986, p. 125 e.v., Gerbrandy, Kort commentaar op de Auteurswet 1912 (1988), p. 16 e.v., Verkade, noot onder Rb. Arnhem 13 juli 1989, b.a., en onder Rb. Amsterdam 10 juli 1991, Informatierecht/AMI 1992, p. 73 (sub 7), Quaedvlieg, Auteur en aantasting, werk en waardigheid (rede Nijmegen 1992), nr. 5, Spoor/Verkade, Auteursrecht 91993), nr. 247.