Conclusie
[verdachte]
1
Het onderzoek van de zaakstaat:
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte is door het Hof te Amsterdam veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal in vereniging. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld met twee middelen. Het eerste middel klaagt over onvoldoende motivering van het hof bij het afzien van hernieuwde oproeping van een getuige, Blees. Het hof had overwogen dat oproeping weinig zinvol was vanwege het herhaaldelijk wegblijven van de getuige en de ouderdom van de zaak.
De Hoge Raad oordeelt dat het begrip "weinig zinvol" moet worden begrepen als een oordeel dat een hernieuwd bevel tot oproeping nutteloos zou zijn, omdat niet te verwachten valt dat de getuige zal verschijnen. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet worden onderzocht. De overige argumenten van het hof zijn bijkomend en kunnen in cassatie niet met succes worden bestreden.
Het tweede middel mist feitelijke grondslag, omdat uit het proces-verbaal blijkt dat het onderzoek opnieuw is aangevangen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal in vereniging.