Conclusie
Korte beschrijving van de zaak.
De ontwikkeling van de rechtsstrijd.
’ 3.677,--
De bestreden uitspraak.
Beschouwingen.
Griffierecht.
Conclusie.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over een naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal van 1987 opgelegd aan de erven van belanghebbende [A]. De belanghebbende had aangifte gedaan en betalingen verricht, maar de ontvanger had slechts een deel van deze betalingen toegerekend aan de aanslag. De inspecteur had de naheffingsaanslag ambtshalve verminderd, maar niet tot het door de belanghebbende gevorderde bedrag.
Het hof Arnhem bevestigde de uitspraak van de inspecteur en oordeelde dat de ontvanger de betalingen correct had verwerkt. De belanghebbende stelde dat een deel van de betalingen wel degelijk betrekking had op de omzetbelasting, maar het hof vond dat de ontvanger hierover niet door de belastingrechter beoordeeld kon worden.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft nagelaten te onderzoeken welk bedrag daadwerkelijk was betaald voordat de naheffingsaanslag werd opgelegd. Volgens de Hoge Raad behoort de belastingrechter wel degelijk te beoordelen of de betaling al dan niet heeft plaatsgevonden, omdat de juistheid van de naheffingsaanslag daarvan afhangt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt opgemerkt dat de kwestie van het griffierecht nog nader kan worden beoordeeld na verwijzing.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.