Conclusie
Feiten en procesgang
Beoordeling van het cassatiemiddel
Klacht sub a
Klacht b
Klacht c
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de vraag of de vader verplicht is de moeder, die niet met de voogdij is belast, te informeren over belangrijke zaken omtrent hun minderjarige kinderen. Na de echtscheiding werd de vader tot voogd benoemd en de moeder tot toeziend voogdes. De moeder verzocht om een omgangsregeling, welke door het hof werd afgewezen, maar het hof stelde wel een informatieregeling vast waarbij de vader ten minste twee keer per jaar informatie en recente foto's van de kinderen aan de moeder moet verstrekken.
De oudste drie kinderen werden opgeroepen om hun mening te geven maar verschenen niet; zij stuurden brieven met hun standpunten. Het hof heeft deze mening betrokken bij zijn beslissing. De vader stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof, stellende dat het hof de kinderen had moeten horen over de informatieregeling en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het belang van de moeder zwaarder woog dan de bezwaren van de kinderen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was de kinderen nogmaals te horen over de informatieregeling indien hun mening reeds bekend was. Tevens werd geoordeeld dat het recht op informatie een minimale vorm van omgangsrecht is en dat het belang van de moeder zwaarder kan wegen dan de bezwaren van de kinderen, mits het hof een behoorlijke belangenafweging maakt. De klachten van de vader werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de informatieregeling ten behoeve van de moeder blijft gehandhaafd.