Conclusie
onzekeregebeurtenis, in de casus van deze procedure is sprake van een toekomstige
zekeregebeurtenis'' (blz. 4).
enakte vereist (is)''.
Parket bij de Hoge Raad
Belanghebbende had in 1984 besloten tot een statutenwijziging waarbij het aandelenkapitaal werd verminderd, met terugbetaling van kapitaal in 1985. De Inspecteur corrigeerde de vermogensaftrek over 1985 omdat hij vond dat het bedrag van de terugbetaling al per 31 december 1984 op de balans gepassiveerd moest worden volgens goed koopmansgebruik.
Het Gerechtshof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat passivering per 31 december 1984 verplicht was. Belanghebbende stelde in cassatie dat het besluit tot statutenwijziging pas rechtskracht kreeg met de notariële akte op 1 februari 1985 en dat de terugbetaling daarom niet eerder op de balans kon worden verantwoord.
De Hoge Raad bevestigde dat het besluit tot statutenwijziging een zelfstandig bestaan heeft, maar dat het beoogde rechtsgevolg pas ontstaat na het verlijden van de notariële akte en het verkrijgen van de ministeriële verklaring. Hierdoor was er per 31 december 1984 nog geen afdwingbare verplichting tot terugbetaling en dus geen aanleiding tot passivering op die balansdatum.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bepaalde dat de aanslag verminderd moest worden. Hiermee werd bevestigd dat een terugbetalingsverwachting zonder de formele afronding van de statutenwijziging niet leidt tot passivering volgens goed koopmansgebruik.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bepaalt dat de terugbetaling van kapitaal in 1985 niet op de balans per 31 december 1984 gepassiveerd hoeft te worden.