ECLI:NL:PHR:1991:28
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van alimentatienormen als recht in cassatie en draagkrachtberekening
In deze zaak is de alimentatieverplichting tussen partijen na echtscheiding onderwerp van geschil. De vrouw verzocht om verhoging van de alimentatie, waarop de rechtbank het verzoek afwees wegens onvoldoende wijziging van omstandigheden. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde een hogere alimentatie vast op basis van financiële gegevens van de man.
De man stelde cassatieberoep in en betoogde onder meer dat het hof onterecht afweek van zijn draagkrachtberekening en dat de alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak als recht in de zin van art. 99 Wet Pro RO moesten worden beschouwd. De Hoge Raad verwierp dit betoog en bevestigde dat deze normen niet als recht gelden, zodat cassatieklachten hierover niet ontvankelijk zijn.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet verplicht is om zijn draagkrachtberekening nader te motiveren of afwijkingen van door partijen overgelegde berekeningen te verklaren. Hoewel de motivering onbevredigend kan zijn, leidt dit niet tot vernietiging van de beschikking.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof tot verhoging van de alimentatie blijft in stand.