Conclusie
gebouw) betrekt, en niet op ‘’een gebouw waarin een bepaald bedrijf wordt uitgeoefend'', in dier voege dat daarbij het gebouw en het bedrijf (d.w.z. de daartoe behorende zaken) als een soort samengestelde zaak zou worden opgevat. Voorts leg ik de nadruk op het woord
uitgangspunt: onder omstandigheden zal de rechter zijn beslissing m.i. nader moeten motiveren, met name wanneer bestanddeelvorming, gelet op de aard van de desbetreffende zaken en de daarbij betrokken belangen, niet voor de hand ligt. Ik kom hierop nog terug.