Conclusie
Feiten en procesgang
Beschouwingen, algemeen
De Nederlandse wet
De Grondwet
EVRM
Het IVBPR
Conclusie
Parket bij de Hoge Raad
Verzoekster heeft bij de ambtenaar van de burgerlijke stand haar voornemen kenbaar gemaakt om met haar vriendin te trouwen, maar dit werd geweigerd vanwege het feit dat zij beiden van hetzelfde geslacht zijn. Na afwijzing door rechtbank en hof stelde verzoekster beroep in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overweegt dat het Nederlandse recht geen expliciet verbod op het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht bevat, maar dat het stelsel van het Burgerlijk Wetboek het huwelijk definieert als een duurzame levensgemeenschap tussen een man en een vrouw. Jurisprudentie bevestigt dat een dergelijk huwelijk niet mogelijk is volgens het huidige recht.
Verder bespreekt de Hoge Raad de relevante mensenrechtenverdragen, waaronder het EVRM en het IVBPR. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat het recht op huwelijk in art. 12 EVRM Pro betrekking heeft op het traditionele huwelijk tussen man en vrouw. De Hoge Raad acht het niet aan de rechter om het huwelijk open te stellen voor personen van hetzelfde geslacht, gezien de rechtsvormende taak die dit overstijgt.
De Hoge Raad wijst ook op de discussie rond de burgerrechtelijke gevolgen van het huwelijk en de wens van gelijkstelling, maar concludeert dat het zonder meer mogelijk maken van een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht niet binnen de bevoegdheid van de rechter ligt. Het beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht niet mogelijk is volgens het Nederlandse recht en het EVRM.