Conclusie
[verweerder 1]
[verweerster 2]
Onderdeel Avan het middel is gericht tegen r.o. 5.9 t/m 5.20 van het bestreden arrest waarin het hof de vraag, of [eiser] aanspraak kan maken op de helft van het tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende vermogen, voor zover aangebracht door [slachtoffer] , ontkennend heeft beantwoord.
onderdeel Bwordt miskend dat [eiser] , die voor het huwelijk vrijwel niets bezat, door te huwen in algehele gemeenschap mede gerechtigd werd tot haar aanzienlijk vermogen, om vervolgens na haar - door hem opzettelijk veroorzaakte - dood alleen-eigenaar te worden van de helft ervan, en dat hij uitsluitend met dit doel met haar gehuwd is.