Conclusie
Derde Kamer A
- belanghebbende geen bestuurder van een der andere genoemde vennootschappen was, en
- de inspecteur ter zitting heeft erkend dat indien belanghebbende haar belangen in [C] B.V. en [D] B.V. zou hebben vervreemd dit, anders dan hij in zijn vertoogschrift heeft gesteld, geen effect zou hebben gehad op de bedrijfsuitoefening van de andere vennootschappen,