Conclusie
Nr. 13.274
De Stichting ‘’Centrum voor Informatie en Documentatie Israel’’ (C.I.D.I.)
De Stichting ‘’Stichting Nederlands Auschwitz Comite’’
De Stichting ‘’Anne Frank Stichting’’
De Stichting ‘’Stichting Overlegorgaan van Joden en Christenen in Nederland
Nederlands Israelitische Gemeente te Utrecht
Nederlands Israelitische Gemeente te Zwolle
Nederlands Israelitische Gemeente te Emmen
[verweerder 8]
[verweerster 9]
[verweerder 10]
[verweerster 11]
aanziendes persoons — maar een betrekkelijke waarde en waarheid inhoudt.
omdat zij joden waren, zou de rechtspraak inzake discriminatie van de Joden anders zijn dan zij nu is, ook al was de wet op geen enkel ter zake dienend punt veranderd.
op zich beschouwdzowat even ernstig, respectievelijk ernstiger waren dan de laatste waarbij, volgens officiële gegevens, 36 Joden de dood vonden. Niet alleen de tijdsfactor maar ook de geografische afstand is van belang, zeker als daarbij ook cultuurverschillen een rol spelen. De communisten, die in Indonesië werden omgebracht,
omdatzij communist waren, de Koelaks die in het Rusland van Stalin de dood vonden, ik noem maar wat voorbeelden.
deJoden gaat ligt voor het recht de geschiedenis van wat in 1933–1945 gebeurde en cultureel en naar tijd en plaats gemeten vlakbij. We moeten niet doen alsof dat niet uitmaakt. En we behoeven het ook niet als een imperfectie van het recht te beschouwen. Het is aan het recht inherent.
op dit momentvan het feit dat het heel iets anders is te bidden dat ‘’slechte’’ mensen ‘’goed’’ zullen worden dan te verkondigen dat ‘’slechte’’ mensen niet alleen het onheil dat over hen kwam aan eigen slechtheid te wijten hebben, maar dat het rechtvaardig is dat zij dat in de toekomst opnieuw zullen ondervinden, is er dit verschil dat in de belijdenis binnen de kerk niet die uitdaging doorklinkt, die tarting, die plaatsvindt bij naar buiten gerichte, rechtstreekse confrontatie met de betrokkenen.
nietwaren gebaseerd op ‘’letterlijke bijbelinterpretatie’’,
niethun oorsprong vonden in een godsdienstige overtuiging met orthodoxe rechtlijnigheid, zulks evenmin onrechtmatig zou zijn.
nietstegenover de medemens, maar zeer veel tegenover de staatsoverheid. De ellende van de vondst der horizontaliteit van de grondrechten is, dat de (moderne) staat machtig is, het individu niet. Machtigen moeten in toom gehouden worden of erger (‘’deposuit potentes de sede’’), en daarom zegt het recht dat de staat niet stiekem brieven mag (laten) lezen van veronderstelde oproerlingen, niet in het gezinsleven mag interveniëren, mij niet mond-dood mag maken als ik politiek afwijk en zich niet mag bemoeien met enige godsdienstige overtuiging. Soms kan dat simpel op individuele burgers worden getransponeerd: ouders mogen de brieven, aan hun kinderen gericht, niet openen en lezen. Maar vaak liggen de situaties heel diffuus: de godsdienstbelijdenis van de Jehova-getuigen moet de staat accepteren. Moet ik daarom aanvaarden, dat zij voor mijn deur niet weg te slaan zijn? (al mag ik ze zeker niet slaan.)
strafwetimpliceerde (belediging, laster, smaad, smaadschrift)