ECLI:NL:PHR:1986:AD7440
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering IRA-lid voor aanslagen en gewelddadige uitbraak naar Verenigd Koninkrijk
In deze zaak beoordeelt de Hoge Raad de toelaatbaarheid van uitlevering van een opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk op grond van het bilaterale uitleveringsverdrag. Het betreft zowel executieuitlevering voor levenslange gevangenisstraffen wegens aanslagen als vervolgingsuitlevering voor meerdere geweldsdelicten en vuurwapenbezit.
De Raad stelt vast dat sommige feiten, zoals het veroorzaken van ontploffingen en zware mishandeling, onder het uitleveringsverdrag vallen en dat er voldoende bewijs is om uitlevering toe te staan. Andere feiten, zoals vuurwapenbezit, vallen niet onder het verdrag of zijn onvoldoende strafbaar gesteld in Nederland, waardoor uitlevering daarvoor wordt afgewezen.
Verder wordt het beroep op het politieke karakter van de delicten verworpen omdat de feiten geen absoluut politiek delict vormen volgens de strikte uitleg van het verdrag. Ook klachten over mogelijke onmenselijke behandeling of oneerlijke berechting in het Verenigd Koninkrijk worden niet gegrond bevonden, mede vanwege het individuele klachtrecht onder het EVRM.
De Hoge Raad concludeert dat de uitlevering toelaatbaar is voor de meeste feiten, met uitzondering van enkele die niet voldoen aan de wettelijke en verdragscriteria, en wijst het verzoek tot afgifte van inbeslaggenomen goederen af wegens onvoldoende bewijs van misbruik.
Uitkomst: De uitlevering van de opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk wordt toegestaan voor de meeste feiten, met uitzondering van enkele die niet aan de wettelijke criteria voldoen.