Conclusie
nietvan toepassing heeft geacht. De vervoerovereenkomst zelf is tussen partijen in confesso.
onderdeel Ibtreft m.i. doel. Betoogd wordt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bewijs van het boven sub a) en b) vermelde niet ter zake dienende was en daarom het bewijsaanbod heeft gepasseerd (zie over dit onderwerp in het algemeen Veegens, Cassatie nrs. 105 en 155). Deze feiten kunnen immers steun bieden aan het oordeel dat er tussen [eiseres] en [verweerster] wilsovereenstemming bestond t.a.v. van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, althans dat [eiseres] erop mocht vertrouwen dat [verweerster] hiermee akkoord ging. Mede gelet op de tegen het vonnis van de Rechtbank gerichte grieven had het Hof deze feiten evenmin uitsluitend met de eerste overeenkomst in verband mogen brengen, maar het had behoren te onderzoeken of, in verband met de andere omstandigheden van het geval, zij medebepalend konden zijn voor de vraag of de standaardvoorwaarden ook op de volgende transportovereenkomsten van toepassing waren.