Conclusie
middel IImoet stranden, dat het verouderde en sterk omstreden art. 1961 B.W. betreft. Vgl. onder meer: M.v.T. ontwerp nieuw bewijsrecht (Zitting 1969–1970–10377, stuk nr. 3), p. 10 r.k., laatste twee alinea's onder 6; Veegens-Wiersma, "Het nieuwe bewijsrecht in burgerlijke zaken" (1973), § 36, p. 94 e.v.; Scheltema, "Nederlandsch Burgerlijk Bewijsrecht", p. 154, p. 180; Asser-Anema-Verdam (1953), p. 410, 411.
middel IIIwordt tenslotte opgekomen tegen het verwerpen van het beroep op dwaling door het Hof. In de laatste zinsnede van de eerste alinea van het middel staat te lezen "en voordat, op diezelfde dag, het pand is gekocht". Bij pleidooi in cassatie is verbetering gevraagd van "voordat" in "nadat" (pleitnota, p. 16, onder 11), waartegen van de zijde van verweerster is aangevoerd dat dit toch een wijziging is die voor het herstel van een schrijffout wel erg ver gaat (dupliek onder 2). Dit mag inderdaad aan verweerster in cassatie worden toegegeven, temeer omdat door deze wijziging de zinsnede in het verband van het relaas ondersteunende betekenis verliest. Wat daarvan zij, "nadat" is wel overeenkomstig de feiten, zoals deze in cassatie vaststaan.
f). De tip, die [betrokkene 1] gaf — al is hij makelaar in onroerend goed (vgl. Antwoord Nadere Conclusie onder 3) — was een tip van iemand die zelf buiten de zaak stond — zoals [eiser] ook wist — en gegeven aan iemand die terzakekundig was en de plaatselijke situatie in Den Haag en [plaats] zeer goed kende. De huurder van het gekochte pand, [A] , op dat ogenblik was een bekend Haags kledingmagazijn (r.o. 4
b–
e). Onder deze omstandigheden (r.o. 5) mocht [betrokkene 1] volgens het Hof verwachten dat [eiser] "niet zonder meer op mededelingen van geïntimeerde ( [betrokkene 1] ) zou afgaan, doch zich er zelf van zou vergewissen, of de huurder een 1e klas huurder was en of de huur niet te economisch was, alvorens tot de koop van dat object over te gaan en aan geïntimeerde een tipgeld voor zijn tip toe te zeggen". [eiser] had de koop zelf in rechtstreekse onderhandelingen tot stand gebracht en het tipgeld eerst daarna toegezegd.
d, p. 2/3 en Antwoord Nadere Conclusie onder 8), kan hij niet achteraf zeggen het na de transactie toegezegde tipgeld niet verschuldigd te zijn op de enkele later aangevoerde grond dat hij bij het een en ander zonder meer op de verdere mededelingen van [betrokkene 1] is afgegaan en deze mededelingen onjuist zijn gebleken. De tip is intussen opgebruikt.