ECLI:NL:PHR:1981:AC7336
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wanneer gesprek op straat als verhoor geldt en vrijheid van verklaring verdachte
In deze zaak stond centraal de vraag wanneer een gesprek op straat kwalificeert als een verhoor in de zin van art. 29 lid 2 Sv Pro en dus wanneer de verdachte van zijn rechten moet worden geïnformeerd. De verdachte werd door twee politiemannen in burger op straat aangesproken over de inhoud van een plastic tas die hij droeg. Pas nadat verdachte toegaf dat de boeken gestolen waren, werd hij als verdachte aangemerkt.
De Hoge Raad overwoog dat het normaal is dat politieagenten een bekende aanspreken zonder dat dit direct een verdenking inhoudt. Ook al kende de politie verdachte en had hij een strafblad, dit betekent niet automatisch dat hij als verdachte moet worden beschouwd. Het hof mocht het moment bepalen waarop verdachte als verdachte werd aangemerkt, namelijk pas na zijn bekentenis.
Daarnaast werd het verweer verworpen dat de verklaring op het politiebureau niet in vrijheid was afgelegd ondanks de slechte geestelijke en lichamelijke toestand van verdachte. Het hof oordeelde dat het rijden door de stad om de herkomst van de boeken te achterhalen niet zinvol was en dat verdachte op het bureau wel in staat was een verklaring af te leggen. De Hoge Raad vond dat het hof voldoende had gemotiveerd dat de verklaring in vrijheid was gegeven.
Het beroep van verdachte werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep van verdachte wordt verworpen; het hof mocht bepalen dat verdachte pas na bekentenis als verdachte werd aangemerkt en de verklaring was in vrijheid afgelegd.