ECLI:NL:PHR:1979:AC6731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij aanvaring van duwstel als één schip in nautisch opzicht
In deze zaak stond de aansprakelijkheid centraal na een aanvaring van een duwstel bestaande uit een duwboot en duwbakken in het Amsterdam-Rijnkanaal. De schade was veroorzaakt doordat de koppeling tussen twee duwbakken brak, waardoor een bak uitscheerde en tegen de beschoeiing voer. De Staat vorderde schadevergoeding van de eigenaren van het duwstel, bestaande uit de Nederlandsche Rijnvaart-Vereeniging B.V. en de eigenaar van de duwboot.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het duwstel nautisch gezien als één schip moet worden beschouwd, zodat de schuld aan de aanvaring aan het duwstel als geheel wordt toegerekend. Dit betekent dat alle eigenaren van de samenstellende delen aansprakelijk zijn voor de schade. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad benadrukte dat het duwstel als een hecht samenstel van vaartuigen functioneert, waarbij de duwbakken niet zelfstandig manoeuvreren en geen eigen bemanning hebben. Dit rechtvaardigt de aansprakelijkheid van het duwstel als één schip. De aansprakelijkheid is hoofdelijke aansprakelijkheid van alle eigenaren, ook al is onduidelijk hoe deze onderling verdeeld wordt. De Hoge Raad wees op het belang van de nautische eenheid en de wettelijke bepalingen die het duwstel als één vaartuig behandelen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde dat het duwstel als één schip wordt beschouwd en alle eigenaren hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de aanvaring schade.