ECLI:NL:PHR:1976:AX3658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervangingsreserve bij verkoop en renovatie van appartementen in flatgebouw
Belanghebbende, eigenaar van een flatgebouw met bedrijfsmatig verhuurde appartementen, verkocht enkele appartementen die vrij kwamen om de opbrengst te gebruiken voor renovatie en herverhuur van andere appartementen tegen hogere huurprijzen.
De vraag was of de boekwinst uit de verkoop van twee appartementen in 1970 kon worden gereserveerd als vervangingsreserve op grond van art. 14 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende stelde dat het voornemen tot renovatie als een 'voornemen tot vervanging' moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad benadrukte dat het begrip 'vervanging' ruim moet worden geïnterpreteerd, waarbij het vervangende bedrijfsmiddel dezelfde economische functie vervult, ook als het van hogere kwaliteit of capaciteit is. Tevens kunnen meerdere bedrijfsmiddelen worden vervangen door één nieuw bedrijfsmiddel.
De rechtbank had het begrip vervanging te beperkt opgevat door te eisen dat renovatiekosten gelijkwaardig moesten zijn aan de verkochte appartementen. De zaak werd vernietigd en verwezen voor nader feitelijk onderzoek naar de vraag of het nieuwe complex als vervanging kan gelden en wat de fiscale consequenties zijn.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de toepassing van de vervangingsreserve bij verkoop en renovatie van appartementen.