ECLI:NL:PHR:1974:AC5503
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ouders voor onrechtmatig nalaten van jonge kinderen bij gevaarlijke situatie op eigen erf
Op 27 maart 1970 struikelde de eiser bij het aan huis bezorgen van brood over een touwtje dat enkele decimeters boven het voetpad naar de voordeur van het ouderlijk huis van de verweerders was gespannen. Dit touwtje werd door twee jonge kinderen van de verweerders, toen vier en vijf jaar oud, niet opgeheven of waar voor gewaarschuwd. De eiser stelde de ouders aansprakelijk op grond van artikel 1403 BW Pro voor het onrechtmatig nalaten van hun kinderen.
De rechtbank stelde de ouders in beginsel aansprakelijk, waarbij zij mochten bewijzen dat zij het handelen van hun kinderen niet hadden kunnen beletten. Het hof bekrachtigde dit vonnis en oordeelde dat het nalaten van de kinderen onrechtmatig was, ondanks hun jonge leeftijd, omdat zij een acute gevaarsituatie op eigen erf hadden waargenomen en een rechtsplicht hadden deze op te heffen of te waarschuwen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de kinderen het gevaar niet konden beseffen en dat het nalaten van het opheffen of waarschuwen niet onrechtmatig was, omdat de norm van zorgvuldigheid niet op hen van toepassing was. Hierdoor vervalt de onrechtmatigheid en daarmee de aansprakelijkheid van de ouders. De Hoge Raad vernietigde het arrest en het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van de eiser af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering af en stelt de ouders niet aansprakelijk voor het nalaten van hun jonge kinderen om te waarschuwen voor het gevaarlijke touwtje op eigen erf.