Conclusie
[verweerder 1] .
[verweerder 2] .
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of eiser het recht heeft om zijn vaartuigen aan te leggen aan de wal van een gracht in de gemeente Giethoorn, die mogelijk als openbaar vaarwater wordt beschouwd. Het Hof had geweigerd om voor recht te verklaren dat eiser dit recht heeft, en liet zich niet uit over het bestaan van dit recht. Hierdoor faalt het cassatieberoep wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
De Hoge Raad bespreekt voorts dat beperkingen op het gebruik van grachten die openbaar vaarwater zijn maar tevens particulier eigendom, niet uitsluitend door de gemeente als beheerder kunnen worden gesteld. Deze beperkingen kunnen mede voortvloeien uit het gemene recht, met name artikel 672 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Het Hof had bovendien geoordeeld dat het gebruik dat eiser wenst te maken van de gracht niet als gewoon gebruik van openbaar vaarwater kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat het gewone gebruik van openbaar vaarwater zich beperkt tot doorgaand verkeer en tijdelijk stilliggen dat daarmee verband houdt. Het gebruik door eiser om vaartuigen langdurig aan te leggen voor verhuur en rondvaart kan niet als gewoon gebruik worden beschouwd. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.