ECLI:NL:PHR:1920:1
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid posterij voor toeëigening aangetekende brief door postambtenaar
Appellant verzond op 21 september 1916 een aangetekende brief van Paramaribo naar Nieuw-Nickerie, die op 22 september door een postambtenaar in het postkantoor van de bestemmingsplaats werd toeëigend. De brief bevatte biljetten ter waarde van 4050 gulden. Eiser vorderde schadevergoeding van de posterij wegens deze onrechtmatige daad, met rente vanaf de datum van toeëigening.
De posterij voerde verweer dat de vordering niet-ontvankelijk was omdat er een vervoersovereenkomst bestond, en dat het Reglement op den postdienst in Suriname de aansprakelijkheid voor verlies of vermissing van poststukken beperkte tot maximaal 25 gulden. De rechtbank wees de vordering uit overeenkomst af, maar veroordeelde eiser niet tot betaling van de schadevergoeding.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat zowel een vordering uit onrechtmatige daad als uit overeenkomst mogelijk is en dat de posterij aansprakelijk is voor handelingen van haar ondergeschikten. Het reglement beperkt aansprakelijkheid, maar de toeëigening valt onder het begrip 'verloren gaan of in het ongereede geraken'. De Hoge Raad vernietigde het hofvonnis voor zover de vordering werd afgewezen en veroordeelde de posterij tot betaling van 25 gulden, conform het reglement, en wees de kostenveroordeling toe aan eiser.
Uitkomst: De posterij wordt veroordeeld tot betaling van 25 gulden schadevergoeding wegens toeëigening van de aangetekende brief.