Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid en kreeg een navorderingsaanslag opgelegd voor het boekjaar 1999/2000, inclusief een boete van 100% wegens omzetverzwijging. Een boekenonderzoek door de belastingdienst toonde ernstige gebreken in de kasadministratie, wat leidde tot toepassing van de omkering van de bewijslast. Belanghebbende voerde verweer, maar slaagde er niet in de correcties en boete te weerleggen.
De Inspecteur paste omzetcorrecties toe en corrigeerde telefoonkosten wegens vermoedelijk privégebruik. De Raad oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de kasadministratie niet deugdelijk was en dat de correcties redelijk waren. De boete werd opgelegd op grond van grove schuld en voorwaardelijke opzet, mede vanwege recidive uit eerdere boekenonderzoeken.
Hoewel belanghebbende stelde dat de boete onterecht en te hoog was, stelde de Raad vast dat de boete conform de Algemene Landsverordening Belastingen (ALB) en het Boetebeleid Belastingdienst Aruba (BBA) moest worden verminderd tot 50% vanwege de strafverzwarende omstandigheden en het ontbreken van eerdere boetes binnen vijf jaar. Het beroep werd gegrond verklaard en de boete verlaagd.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd van 100% naar 50% van de navorderingsaanslag wegens omzetverzwijging en toepassing van de omkering van de bewijslast.