Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
1.Het procesverloop
2.Tussen partijen vaststaande feiten
eenvan de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende, een Arubaanse vennootschap, heeft bezwaar gemaakt tegen de heffing van dividendbelasting over een dividenduitkering aan haar aandeelhouder, een Amerikaanse vennootschap. Zij stelde dat deze heffing in strijd was met het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart (1956) tussen Nederland en de Verenigde Staten, met name de artikelen VII, XI en XII.
De Raad overwoog dat artikel VII niet duidelijk ziet op belastingheffing en dat artikel XI, dat wel expliciet belastingheffing regelt, niet meebrengt dat dividenduitkeringen gelijk behandeld moeten worden als vergelijkbare binnenlandse situaties. Ook het beroep op artikel XII, dat deviezenbeperkingen regelt, faalde omdat dividendbelasting geen deviezenbeperking is maar een gebruikelijke belastingheffing op dividend.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Raad het beroep ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de dividendbelastingheffing door Aruba.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de dividendbelastingheffing wordt ongegrond verklaard.