Uitspraak
2.De tussen partijen vaststaande feiten
eenvan de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende startte in 2003 een eenmanszaak en was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel tot april 2005. Voor het jaar 2004 legde de Inspecteur ambtshalve aanslagen inkomstenbelasting en premieheffingen op wegens het niet indienen van aangifte. Belanghebbende stelde dat hij verlies had geleden, geen administratie had en dat de aanslagen onjuist waren vastgesteld, onder meer vanwege onjuiste tariefgroep en onterecht geen verrekening van loonbelasting.
De Inspecteur handhaafde de aanslagen en boete, stellende dat belanghebbende niet aan zijn administratieplicht had voldaan en dat de bewijslast omgekeerd was. Tevens werd betwist dat belanghebbende recht had op kinderaftrek en dat tariefgroep 1 van toepassing was.
De Raad oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de aanslagen te hoog waren vastgesteld en dat uit het feit dat belanghebbende vanaf juli 2004 in loondienst was, kon worden afgeleid dat hij niet het gehele jaar een onderneming dreef. De winst werd daarom geschat op Afl. 7.500. Recht op kinderaftrek werd niet bewezen. De boete werd als terecht en niet te hoog beoordeeld.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslagen en boete.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen en boete blijven gehandhaafd.