ECLI:NL:ORBBNAA:2008:BR5372
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Drop
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid pensioenpremies Fonds Ziektekosten overheidsgepensioneerden
Belanghebbende, een deels gepensioneerde overheidsdienaar, had in 2004 een bedrag van Naf. 4.555 aan premies betaald aan het Fonds Ziektekosten overheidsgepensioneerden (FZOG), ingehouden op zijn pensioenuitkeringen. Daarnaast werd op zijn salaris een vergelijkbare premie ingehouden die als persoonlijke last werd aangemerkt. Belanghebbende bracht de FZOG-premie in aftrek als persoonlijke last bij zijn aangifte inkomstenbelasting.
De Inspecteur stelde dat alleen de premie op het salaris (ZOG) als persoonlijke last aftrekbaar is, terwijl de pensioenpremie (FZOG) als ziektekosten onder buitengewone lasten valt, waarvoor een drempel geldt. Belanghebbende voerde aan dat beide premies gelijk behandeld moeten worden en dat anders het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden.
De Raad stelde vast dat de ZOG-premie op het salaris ingevolge artikel 16 lid 1 onderdeel Pro g van de Landverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB) als persoonlijke last geldt, maar dat de FZOG-premie op het pensioen niet onder deze regeling valt. De Raad wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af vanwege het wezenlijke verschil tussen beide premies: ZOG-premies zijn solidariteitsbijdragen zonder recht op uitkering, terwijl FZOG-premies premies voor een ziektekostenverzekering zijn die recht geven op uitkeringen. Daarom kwalificeert de FZOG-premie als buitengewone last onder artikel 16a LIB.
Omdat niet was gesteld of aannemelijk gemaakt dat de drempel van 10% van het inkomen werd overschreden, werd het belastbaar inkomen correct vastgesteld. De Raad verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2004 wordt gehandhaafd.