ECLI:NL:ORBBNAA:2007:BI3343
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drop
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn en verschuldigdheid belasting over vooruitbetaalde timeshare-vergoedingen
Belanghebbende exploiteert een timeshare-onderneming en ontving vergoedingen voor timeshare-rechten voorafgaand aan de oplevering van een woontoren in december 1999. Na een boekenonderzoek legde de Inspecteur naheffingsaanslagen BBO op voor 1997-1999. Belanghebbende maakte bezwaar, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens late motivering. De Raad oordeelt dat pro forma bezwaar binnen de termijn voldoende is en dat de Inspecteur motivering na termijn in acht moet nemen.
De kern van het geschil betreft het tijdstip van verschuldigdheid van de BBO: belanghebbende stelt dat belasting pas verschuldigd is bij realisatie van de bedrijfsomzet, dus na oplevering. De Raad volgt dit niet en bevestigt dat het kasstelsel geldt, waarbij belasting verschuldigd is bij ontvangst van de vergoeding, ook bij vooruitbetaling.
Verder is er een wetswijziging per 1 oktober 1999 die vrijstelling geeft voor verhuur van hotelkamers met logeergastenbelasting. Belanghebbende claimt dat deze vrijstelling ook geldt voor haar dienstverlening die pas na oplevering startte. De Raad wijst dit af omdat geen overgangsregeling is voorzien en de wetswijziging onmiddellijke werking heeft. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de publicatie van de Inspecteur geen recht op uitstel van belasting verschuldigdheid geeft.
De Raad verklaart het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar gegrond, verklaart de beroepen tegen de naheffingsaanslagen 1997 en 1998 ongegrond, en vernietigt de naheffingsaanslag 1999.
Uitkomst: Het bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid wordt gegrond verklaard, naheffingsaanslagen 1997 en 1998 worden gehandhaafd, en de naheffingsaanslag 1999 wordt vernietigd.