ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BQ9203
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Drop
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbelasting en boete bij gebruik pand door vennootschappen op Curaçao
Belanghebbende, eigenaar van een landhuis op Curaçao, ontving in 1999 en 2000 bedragen van twee vennootschappen voor het gebruik van het pand. Deze bedragen werden niet als omzet verantwoord, waarop de Inspecteur naheffingsaanslagen omzetbelasting oplegde met een boete.
De kern van het geschil betrof de vraag of de ontvangen bedragen als belaste omzet moesten worden beschouwd of dat sprake was van kosten voor gemene rekening, wat vrijstelling zou rechtvaardigen. Belanghebbende kon echter geen schriftelijke vastleggingen of overeenkomsten overleggen die een verdeelsleutel of risicoverdeling aannemelijk maakten.
De Raad concludeerde dat er onvoldoende bewijs was voor kosten voor gemene rekening en dat het feit dat exact hetzelfde bedrag werd doorbelast over twee jaar dit vermoeden niet ondersteunde. De boete werd gehandhaafd omdat de tekortkoming aan grove schuld van belanghebbende te wijten was.
Belanghebbende voerde aan dat het ontbreken van een tweede feitelijke instantie tot verval van de boete moest leiden, maar de Raad vond hiervoor geen reden en handhaafde haar eerdere beslissingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting en de opgelegde boete worden gehandhaafd omdat de vergoedingen tot de belaste omzet behoren.