Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2000 en 2001 aanslagen inkomstenbelasting opgelegd waarbij zijn belastbaar inkomen werd geschat op respectievelijk Afl. 200.000 en Afl. 150.000. Hij had in zijn aangiften geen inkomsten opgegeven en kinderaftrek gevraagd. De Inspecteur betwistte dat belanghebbende geen belastbare inkomsten had, omdat hij gelden onttrok uit zijn N.V. voor levensonderhoud.
De Inspecteur verzocht nadere toelichting en bewijsstukken over de lening en onttrekkingen uit de N.V., maar belanghebbende leverde onvoldoende bewijs. De Inspecteur stelde de aanslagen daarom naar schatting vast. Belanghebbende ging in bezwaar en beroep tegen deze aanslagen.
De Raad oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij voldoende rekening-courantschuld had om de onttrekkingen te rechtvaardigen. De oorspronkelijke aanslagen waren echter te hoog en niet voldoende gemotiveerd. Na afweging stelde de Raad het belastbaar inkomen vast op Afl. 90.000 voor beide jaren.
De Raad wees het verzoek tot veroordeling van de Inspecteur in proceskosten af, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. De beroepen werden gegrond verklaard en de aanslagen verminderd.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting voor 2000 en 2001 worden verminderd tot een belastbaar inkomen van Afl. 90.000 per jaar.