ECLI:NL:ORBBNAA:2005:BT6203

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
15 december 2005
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2003-503
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.Th. Drop
  • C.W.M. van Ballegooijen
  • G.J. van Muijen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 1 Algemene Landsverordening Landsbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tijdigheid naheffingsaanslag en uitspraak bezwaarschrift door Raad van Beroep Belastingzaken

De zaak betreft een naheffingsaanslag premie AVBZ 1997 opgelegd aan Tiger Equipment Sales NV. De aanslag werd op 18 december 2002 op kohier gebracht en gedagtekend op 30 december 2002, maar de bezwaarfase en uitspraak daarop liepen door tot 2004. Belanghebbende betwistte de tijdigheid van de oplegging en de uitspraak op het bezwaarschrift.

De Raad stelt vast dat de aanslag op de dag van kohieropneming is opgelegd, conform de jurisprudentie van de Raad zelf, die afwijkt van de Hoge Raad vanwege de bijzondere bestuursstructuur op de eilanden. De dagtekening van het aanslagbiljet en de terpostbezorging zijn niet bepalend voor de oplegging, maar wel voor de bezwaarperiode.

Verder is geoordeeld dat de Inspecteur het bezwaarschrift weliswaar buiten de wettelijke termijn heeft behandeld, maar dat belanghebbende door tijdig beroep geen nadeel heeft ondervonden. De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de aanslag en de behandeling van het bezwaar.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag wordt ongegrond verklaard omdat de aanslag tijdig is opgelegd en het bezwaar tijdig is behandeld.

Uitspraak

Beschikking d.d. 15 december 2005 , nr. 2003-0503
RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdend op Curaçao
inzake:
Tiger Equipment Sales NV
belanghebbende
Gemachtigde mevrouw mr. S.B. Paassen-Delsol
tegen
de Inspecteur der Belastingen (hierna: de Inspecteur) te Curaçao,
verweerder.
1. Procesverloop
1.1. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 december 2002 onder nummer 97.03.50986.12 een naheffingsaanslag premie AVBZ 1997 van Naf. 160,00,-- aan premie, alsmede een boete van Naf 40,00 opgelegd.
Belanghebbende heeft op 13 februari 2003 tegen deze naheffingsaanslag een bezwaarschrift, gedagtekend 30 januari 2003 ingediend.
Op 26 september 2003 is bij de Raad van beroep voor Belastingzaken het op 3 september 2003 gedateerde pro-forma beroepschrift van belanghebbende binnengekomen; met dagtekening 16 december 2004 heeft belanghebbende het beroepschrift gemotiveerd.
1.2. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, gedagtekend 1 april 2005.
1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van de Raad van 12 april 2005. Beide partijen zijn verschenen. Belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen welke de Raad tot de stukken van het geding rekent.
2. Feiten
2.1. Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting zijn, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de ander niet of niet voldoende weersproken, de volgende feiten vast komen te staan.
2.2. Belanghebbende is een naamloze vennootschap; de activiteiten van belanghebbende betreffen de handel in transportmiddelen, machines en equipment.
2.3. Bij belanghebbende heeft een controleonderzoek door het Belastingaccountantsbureau plaatsgevonden betrekking hebbende op de jaren 1997 t/m 2000. De onderhavige naheffingsaanslag is opgelegd naar aanleiding van dit onderzoek. Het bedrag van de aanslag wordt niet bestreden.
2.4. In december 2002 heeft de belastingdienst door middel van advertenties in lokale dagbladen laten weten voornemens te zijn om (naheffings-)aanslagen over het jaar 1997 op te leggen.
2.5. De onderhavige aanslag is ter post bezorgd in januari 2003, de dagtekening van de aanslag is 30 december 2002 en de aanslag is op kohier gebracht op 18 december 2002.
3. Geschil
Tussen partijen is allereerst in geschil het antwoord op de vraag of de Inspecteur tijdig uitspraak op het bezwaarschrift heeft gedaan. Vervolgens is in geschil het antwoord op de vraag of de onderhavige aanslag buiten de wettelijke aanslagtermijn van vijf jaren na het ontstaan van de belastingschuld is opgelegd.
4. De overwegingen
4.1. De Inspecteur heeft op 14 november 2003 nadere informatie met betrekking tot het ingediende bezwaarschrift bij belanghebbende ingewonnen en tenslotte op 1 oktober 2004 bij uitspraak het bezwaar afgewezen. Dit is weliswaar buiten de termijn genoemd in de Algemene Landsverordening Landsbepalingen maar nu belanghebbende tijdig beroep heeft aangetekend is zij niet in haar belangen geschaad en zal de Raad aan de termijn van uitspraak op het bezwaarschrift doen geen consequenties verbinden.
4.2. Met betrekking tot de tweede in geschil zijnde vraag merkt de Raad het volgende op.
Ingevolge artikel 17, lid 1, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een naheffingsaanslag door verloop van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Volgens belanghebbende is de onderhavige naheffingsaanslag, die betrekking heeft op het jaar 1997, eerst opgelegd in 2003, dus buiten de aanslagtermijn als bedoeld in voornoemde bepaling. De Inspecteur heeft dit betwist. De vraag rijst dan ook: wanneer is deze naheffingsaanslag opgelegd?
4.3. De Raad heeft een en andermaal geoordeeld dat een aanslag wordt opgelegd op de dag waarop de aanslag op kohier wordt gebracht en de teboekstelling wordt ondertekend door de Inspecteur. Zie bijvoorbeeld de beschikking van 2 februari 1971, gepubliceerd in Justicia 1971. Deze rechtspraak wijkt af van die van de Hoge Raad der Nederlanden, waarop belanghebbende een beroep doet. De Raad is afgeweken van de rechtspraak van de Hoge Raad, omdat de Inspecteur en de Eilandsontvanger op de eilanden, anders dan in Nederland de inspecteur en ontvanger, twee geheel afzonderlijke bestuursinstanties zijn. De dagtekening van het aanslagbiljet alsmede de terpostbezorging door de Eilandsontvanger bepalen daarom niet wanneer de Inspecteur de aanslag heeft opgelegd. Ten overvloede zij opgemerkt dat de dagtekening van het aanslagbiljet wel van belang is voor de termijn van bezwaar.
4.4. Het staat vast dat de naheffingsaanslag op 18 december 2002 ten kohiere is gebracht. De naheffingsaanslag is derhalve opgelegd in 2002, vóór het verstrijken van de wettelijke aanslagtermijn van vijf jaar.
5. De beslissing
De Raad verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld in raadkamer op 16 december 2005, door mrs. J.Th. Drop als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en G.J. van Muijen, in tegenwoordigheid van de secretaris mevrouw S.J. Rasmijn.