ECLI:NL:ORBBNAA:2005:BT6192
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Drop
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdstip oplegging naheffingsaanslag loonbelasting en termijn bezwaar
De zaak betreft een geschil over de oplegging van een naheffingsaanslag loonbelasting over het jaar 1997 door de Inspecteur te Curaçao. Belanghebbende, een naamloze vennootschap actief in constructie en verhuur van machines, betwistte dat de aanslag tijdig was opgelegd binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld.
De Raad van Beroep stelde vast dat de aanslag op 18 december 2002 op kohier was gebracht en door de Inspecteur was ondertekend, wat volgens vaste jurisprudentie van de Raad het moment van oplegging bepaalt. Dit wijkt af van de rechtspraak van de Hoge Raad in Nederland vanwege de bijzondere bestuursstructuur op de eilanden, waar Inspecteur en Eilandsontvanger gescheiden instanties zijn.
Hoewel de dagtekening van het aanslagbiljet en de terpostbezorging door de Eilandsontvanger niet bepalend zijn voor het opleggingsmoment, zijn deze wel relevant voor de termijn van bezwaar. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanslag binnen de wettelijke termijn was opgelegd.
Daarnaast werd het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard wat betreft de vermindering van de naheffingsaanslag en vernietiging van de boete, maar dit had geen invloed op de rechtmatigheid van de opleggingstermijn. De uitspraak werd gedaan op 16 december 2005 door de Raad van Beroep voor Belastingzaken te Curaçao.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag loonbelasting 1997 tijdig is opgelegd op 18 december 2002.