ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BU4439

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
30 april 2004
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2001/262
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • L. van Gijn
  • C.W.M. van Ballegooijen
  • G.J. van Muijen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 9 lid 1 Landsverordening inkomstenbelasting
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schoolgeld internationale school niet aftrekbaar als beroepskosten

Appellant maakte kosten voor het onderwijs van zijn kinderen aan de International School of Aruba en bracht deze kosten in mindering op zijn belastbaar inkomen over 1999. De Inspecteur wees dit af en de Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat de gezinssituatie en het onderwijs van kinderen in principe privéaangelegenheden zijn, waardoor de kosten niet als kosten van verwerving kunnen worden aangemerkt.

De Raad benadrukte dat er een causaal verband moet bestaan tussen de gemaakte kosten en de inkomstenbron. In deze zaak ontbrak dat verband omdat de kosten voortvloeiden uit privéomstandigheden, niet uit de dienstbetrekking van appellant. Tevens oordeelde de Raad dat de late ontvangst van het vertoogschrift appellant niet in zijn procespositie had geschaad, aangezien hij voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt toe te lichten.

Gelet op deze overwegingen verklaarde de Raad het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de aftrek van de schoolkosten als beroepskosten.

Uitkomst: De kosten voor het onderwijs aan de International School van Aruba worden niet als aftrekbare beroepskosten erkend.

Uitspraak

Beschikking van 30 april 2004, nr. 2001/262
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Appellant heeft op 23 mei 2001 een bezwaarschrift ingediend bij verweerder, gericht tegen de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1999, gedagtekend 28 maart 2001.
Verweerder heeft bij uitspraak d.d. 21 juni 2001 het bezwaarschrift afgewezen; appellant heeft op 18 juli 2001 een beroepschrift ingediend bij de Raad. Ook overigens is door appellant aan de wettelijke vereisten voldaan, zodat appellant ontvankelijk is in zijn beroep.
2. Partijen zijn, na de mondelinge behandeling ter zitting van de Raad d.d. 28 april 2004 nog uitsluitend verdeeld over de vraag of de kosten die appellant heeft gemaakt om zijn kinderen het onderwijs aan de International School of Aruba te laten volgen behoren tot de kosten van verwerving als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Landsverordening inkomstenbelasting. De wijze waarop de betreffende uitgaven al dan niet onbelast kunnen worden vergoed en de in dit verband al dan niet bestaande symmetrie tussen de loon- en de inkomstenbelasting vormen geen punt van geschil meer.
3. Kosten van verwerving zijn die kosten die een belastingplichtige noodzakelijkerwijs dient te maken om zijn inkomen te verwerven; er dient derhalve een causaal verband te bestaan tussen de betreffende uitgaven die belastingplichtige zich getroost en de opbrengsten uit de betreffende bron.
4. In het onderhavige geval maakt appellant kosten omdat hij zijn kinderen, die Nederlands noch Papiamento spreken, gedurende de periode dat hij als [..] werkzaam was en met zijn gezin op Aruba woonde, onderwijs liet volgen aan de International School of Aruba.
In het onderhavige jaar beliepen de betreffende kosten een bedrag ad Afl. 27.325,-; appellant heeft dit bedrag van zijn werkgever netto vergoed gekregen, over de in te houden en af te dragen loonbelasting is tussen de werkgever en de Inspecteur een overeenkomst gesloten. Tegen de in dit verband afgedragen loonbelasting zijn geen rechtsmiddelen aangewend.
Appellant heeft genoemd bedrag in mindering op zijn belastbaar inkomen over het jaar 1999 gebracht zonder op enigerlei wijze rekening te houden met de aan het volgen van onderwijs op een niet-internationale school op Aruba verbonden kosten.
5. De gezinssamenstelling en het onderwijs dat kinderen uit een gezin volgen zijn in zijn algemeenheid een privé aangelegenheid en de daaruit voortvloeiende kosten behoren dan ook tot de sfeer van de inkomensbesteding van een belastingplichtige. Naar het oordeel van de Raad ontbreekt ook in het geval van appellant het onder 3. genoemde causale verband tussen de kosten verbonden aan het volgen van onderwijs aan de International School of Aruba en de opbrengsten uit de bron dienstbetrekking van appellant en kan er derhalve niet worden gesproken van kosten van verwerving. Het zijn immers de privé omstandigheden die deze kosten oproepen en niet de dienstbetrekking.
6. Appellant beklaagt zich in zijn pleitnota over het in zijn ogen te late tijdstip waarop hij de beschikking heeft gekregen over het vertoogschrift van verweerder en verzoekt de Raad om geen acht te slaan op de in dit vertoogschrift aangehaalde uitspraak van deze Raad. Hoewel de Raad met appellant van mening is dat deze het vertoogschrift te laat heeft ontvangen, is de Raad van oordeel dat appellant hierdoor niet dermate in zijn procespositie is geschaad, dat dit zou moeten leiden tot aanhouding van de zaak; belanghebbende heeft in zijn beroepschrift en in zijn pleitnota uitvoerig zijn zaak kunnen toelichten en ook tijdens de mondelinge behandeling van de zaak heeft appellant alle gelegenheid gehad om zijn standpunt te onderbouwen. Dat de Raad bij zijn beslissingen de eerder door de Raad gedane uitspraken tot richtlijn kan nemen is vanzelfsprekend.
7. Gelet op het vooroverwogene is het gelijk aan de zijde van verweerder.
De Raad verklaart het beroep ongegrond.
mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en G.J. van Muijen