ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT6038
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Beslissing over kinderaftrek en buitengewone lasten bij levensonderhoud minderjarige studerende zoon
Belanghebbende, de moeder, maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2000 en 2001 waarin zij uitgaven opvoerde voor het levensonderhoud van haar minderjarige studerende zoon J. De Inspecteur had eerder voor 1997 en 1998 de kosten van levensonderhoud van J als buitengewone last erkend, mede op basis van opnames van J's spaarrekening.
De Raad beoordeelde of belanghebbende recht had op kinderaftrek en of de uitgaven als buitengewone lasten konden worden afgetrokken. Uit de feiten bleek dat J in 2000 en 2001 geen geld van zijn spaarrekening had opgenomen en geen andere inkomsten had, zodat hij niet zelf in zijn levensonderhoud voorzag. De moeder kwam daarom naar wettelijk recht in aanmerking voor kinderaftrek.
Belanghebbende stelde dat zij op grond van de aanslagregeling over 1997 en 1998 mocht vertrouwen op aftrek wegens buitengewone lasten ook voor 2000 en 2001. De Raad wees dit af omdat de situatie in die jaren wezenlijk anders was en niet kenbaar was gemaakt waarom de Inspecteur destijds aftrek verleende. Tevens werd bevestigd dat de rente-inkomsten van J terecht bij het inkomen van de moeder zijn geteld, omdat zij kinderaftrek geniet.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslagen. De beslissing verduidelijkt de toepassing van kinderaftrek en het onderscheid met buitengewone lasten in het kader van de Landsverordening inkomstenbelasting.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende recht heeft op kinderaftrek over 2000 en 2001, waardoor uitgaven voor het levensonderhoud van haar zoon geen buitengewone lasten zijn.