ECLI:NL:ORBBNAA:2003:BU3694

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
3 juni 2003
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2001/548-550
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • L. van Gijn
  • J.W. Ilsink
  • C.W.M. van Ballegooijen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 13b LBBHArtikel 13a LBBHArtikel XX Invoeringslandsverordening administratieve rechtspraakArtikel LXVIII InvoeringslandsverordeningArtikel LXVI Invoeringslandsverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen belastingvrijstellingen onder LBBH

Appellanten, drie verwante vennootschappen, hebben verzoeken ingediend voor belastingvrijstellingen op basis van de Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw (LBBH). De Gouverneur verleende deze vrijstellingen onder voorwaarden, waarna appellanten bezwaar maakten. De Gouverneur verklaarde de bezwaren ongegrond.

Appellanten stelden beroep in bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken. De Raad constateerde dat de beroepen niet of onvoldoende waren gemotiveerd, waarna appellanten de motivering aanvulden. Tijdens de zitting was de Gouverneur als verwerend bestuursorgaan vertegenwoordigd en voerde verweer.

De Raad oordeelde dat op grond van de oude regeling (artikel 13b LBBH) tegen besluiten genomen vóór 1 december 2001 alleen bezwaar bij de Gouverneur mogelijk was en geen beroep bij de Raad van Beroep. De nieuwe regeling, die beroep bij de Raad toestaat, is pas op 1 december 2001 in werking getreden en is niet van toepassing op besluiten die daarvoor zijn genomen. Daarom verklaarde de Raad appellanten niet-ontvankelijk in hun beroep.

Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep tegen belastingvrijstellingen omdat het beroep niet openstond tegen besluiten genomen vóór 1 december 2001.

Uitspraak

Beschikking van 3 juni 2003, nr. 2001/548-550.
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curaçao,
1. Loop van het geding
1.1. Op 20 december 2001 zijn namens appellanten (red: 3 verwante vennootschappen) bij de Raad beroepschriften ingediend tegen de Landsbesluiten van 25 oktober 2001, nos. 6, 7 en 8.
1.2. Bij brieven van 5 maart 2002 heeft de secretaris van de Raad appellanten ervan in kennis gesteld dat de beroepen niet of niet voldoende zijn gemotiveerd en appellanten in de gelegenheid gesteld de beroepschriften binnen zes weken “aan te vullen”.
Bij brieven van 26 april 2002 heeft de toenmalige gemachtigde van appellanten de motivering voor de beroepen aan de Raad doen toekomen.
1.3. Bij brief van 20 juni 2002 heeft de secretaris van de Raad de Inspecteur der Belastingen te Curaçao uitgenodigd binnen zes weken een vertoogschrift in te dienen. Aan die uitnodiging heeft de Inspecteur niet voldaan.
1.4. Appellanten en de Inspecteur zijn bij brieven van de secretaris van 7 maart 2003 uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van de zaken ter zitting van de Raad te verschijnen. Zitting heeft plaatsgehad op 26 maart 2003.
Appellanten hebben zich doen vertegenwoordigen door S. Verweerder (red: de Gouverneur van de Nederlandse Antillen) heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. L, werkzaam bij de Directie Fiscale Zaken van het Ministerie van Financien.
2. Feiten
Voor zover voor de beoordeling van de beroepen relevant staan de volgende feiten vast.
2.1. Appellanten hebben op 23 september 1999 tot verweerder verzoeken gericht in aanmerking te komen voor belastingvrijstellingen als bedoeld in artikel 2 van Pro de Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw (P.B. 1953, no. 194; in het vervolg afgekort: LBBH).
2.2. Bij Landsbesluiten van 7 mei 2001 heeft verweerder de verzochte vrijstellingen onder voorwaarden verleend. Daartegen hebben appellanten bij brieven van 8 juni 2001 bezwaarschriften ingediend.
2.3. Bij de thans bestreden besluiten heeft de Gouverneur de bezwaren hoofdzakelijk ongegrond verklaard.
3. Beoordeling
3.1. De secretaris heeft op onjuiste gronden de Inspecteur der Belastingen tijdens het vooronderzoek als verweerder aangemerkt, deze verzocht te vertogen en mededeling gedaan van de zittingsbehandeling. Aan deze omissie behoeven evenwel geen gevolgen te worden verbonden, nu de Gouverneur - voorafgaand aan de zitting - als verwerend bestuursorgaan ten aanzien van de bestreden besluiten heeft meegedeeld ter zitting (bij gemachtigde) aanwezig te zullen zijn en hij daar ook - deugdelijk vertegenwoordigd - is verschenen en verweer heeft gevoerd.
3.2. Met betrekking tot de in deze toepasselijke rechtsgang overweegt de Raad als volgt.
Tot 1 december 2001 kon ingevolge artikel 13b van de LBBH tegen de beslissing op het verzoek om vrijstelling van belasting binnen twee maanden na dagtekening een bezwaarschrift worden ingediend bij de Gouverneur.
Appellanten hebben daarvan gebruik gemaakt.
3.3. Bij artikel XX van de Invoeringslandsverordening administratieve rechtspraak (P.B. 2001, no. 80) is de rechtsgang van de LBBH gewijzigd.
Ingevolge het nieuwe artikel 13a (de Raad begrijpt dat dit nieuwe artikel 13a de vervanger is van het oude artikel 13b) staat tegen een beschikking genomen krachtens de LBBH voor een belanghebbende binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven, beroep open bij de Raad.
3.4. Ingevolge artikel LXVIII van de Invoeringslandsverordening is deze verordening in werking getreden met ingang van 1 december 2001.
Artikel LXVI van de Invoeringslandsverordening bepaalt dat deze verordening (alsmede de Landsverordening administratieve rechtspraak) niet van toepassing is op besluiten van bestuursorganen die zijn gegeven voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze landsverordening.
3.5. De thans bestreden Landsbesluiten zijn gegeven voor 1 december 2001.
Gelet op het vorenstaande stond daartegen slechts bezwaar bij de Gouverneur doch geen beroep op de Raad open. Mitsdien kunnen appellanten niet in hun beroep worden ontvangen.
4. Beslissing
De Raad verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun beroep.
mrs. L. van Gijn, J.W. Ilsink en C.W.M. van Ballegooijen