ECLI:NL:ORBBNAA:2002:BU4458
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- J.W. Ilsink
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Belastingaftrek voor kinderen bij concubine: geen recht op kinderaftrek maar wel aftrek buitengewone lasten
Appellant was gehuwd geweest en heeft drie kinderen met zijn ex-echtgenote, van wie twee minderjarig waren in het belastingjaar 1998. Daarnaast woont hij ongehuwd samen met mevrouw A, met wie hij vier kinderen heeft die jonger zijn dan 18 jaar. Appellant betaalde bijdragen voor de kosten van levensonderhoud van deze kinderen, maar deze bedragen dekken minder dan 90% van de kosten.
De Inspecteur stelde dat appellant voor de kinderen bij mevrouw A recht heeft op kinderaftrek, terwijl appellant betoogde dat hij daarvoor geen recht heeft en in plaats daarvan aanspraak maakt op aftrek wegens buitengewone lasten. De Raad van Beroep stelde vast dat volgens artikel 23a lid 1 onder a van de Landsverordening inkomstenbelasting (LIB) kinderaftrek alleen geldt wanneer de kinderen nagenoeg geheel op kosten van de belastingplichtige worden onderhouden, hetgeen hier niet het geval was.
De Raad oordeelde dat appellant geen recht heeft op kinderaftrek voor de kinderen bij mevrouw A, maar wel op aftrek wegens buitengewone lasten. De wettelijke bepalingen zijn volgens de Raad niet aangepast aan maatschappelijke ontwikkelingen, maar het is niet aan de rechter om de wettekst opzij te zetten. De aanslag werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen conform de door appellant opgegeven waarde.
Het beroep werd gegrond verklaard en de beschikking op bezwaar vernietigd, waarmee de aanslag werd verminderd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op kinderaftrek voor kinderen bij concubine, maar wel op aftrek wegens buitengewone lasten; aanslag wordt verminderd.