ECLI:NL:ORBBNAA:2002:BU4454
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- J.W. Ilsink
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid en vernietiging voorlopige en definitieve winstbelastingaanslagen 1992 en 1993
In deze zaak stonden de aanslagen winstbelasting over 1992 en 1993 centraal. De belastingplichtige had voorlopige en definitieve aanslagen ontvangen, waarbij de definitieve aanslagen pas na de wettelijke termijn van vijf jaar na indiening van de aangifte waren opgelegd. De belastingplichtige stelde dat deze definitieve aanslagen te laat waren en dat ook de voorlopige aanslagen vernietigd moesten worden.
De Raad van Beroep overwoog dat de aanslagtermijn voor definitieve aanslagen in beginsel tien jaar is, maar bij tijdige aangifte is deze termijn maximaal vijf jaar na de indiening van de aangifte. Hoewel de aangiften na de uiterste termijn waren ingediend, achtte de Raad dit niet reden om de aanslagtermijn te verlengen. De definitieve aanslagen waren dus te laat opgelegd en de belastingplichtige had daarover terecht geklaagd.
Ten aanzien van de voorlopige aanslagen stelde de Raad dat het stelsel van de Landsverordening winstbelasting verschilt van dat van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in Nederland. De voorlopige aanslagen blijven in stand, ook als de definitieve aanslag te laat wordt opgelegd en vernietigd moet worden, tenzij de voorlopige aanslag hoger is dan de materiële belastingschuld. In deze zaak was dat niet het geval, zodat vernietiging van de voorlopige aanslagen niet aan de orde was.
Omdat vernietiging van de definitieve aanslagen in deze situatie geen voordeel voor de belastingplichtige oplevert, wees de Raad het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen de te late opgelegde definitieve aanslagen wordt verworpen en de voorlopige aanslagen blijven in stand.