ECLI:NL:ORBBNAA:2001:BU9428

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
18 januari 2001
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1998/056
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • L. van Gijn
  • J.W. Ilsink
  • Th. Groeneveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1992 wegens onvoldoende bewijs door inspecteur

Appellant kreeg voor het belastingjaar 1992 een navorderingsaanslag opgelegd van NAƒ 348.175, inclusief een boete. Tegen deze aanslag kwam appellant in beroep bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken. De inspecteur baseerde de aanslag op een controlerapport van een boekenonderzoek bij O N.V., waarin een verklaring van S centraal stond.

Tijdens de zittingen op Sint Maarten in april en november 2000 werden pleitnota's overgelegd en het controlerapport besproken. Appellant betwistte gemotiveerd de juistheid van de verklaring van S en voerde aan dat de inspecteur geen aanvullend bewijs had geleverd.

De Raad overwoog dat de bewijslast voor de juistheid van de navorderingsaanslag bij de inspecteur ligt. Nu de inspecteur geen aanvullend bewijs had overgelegd en de verklaring van S door appellant was betwist, oordeelde de Raad dat het vereiste bewijs ontbrak. Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd.

Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1992 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs door de inspecteur.

Uitspraak

Beschikking van 18 januari 2001, nr. 1998/056.
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Sint Maarten,
1. Loop van het geding
1.1. Aan appellant is voor het jaar 1992 een op 31 december 1997 gedagtekende aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd ten bedrage van NAƒ 348.175 (inclusief een boete van NAƒ 69.635). Appellant is tegen deze aanslag tijdig in beroep gekomen bij de Raad. De Inspecteur heeft geen vertoogschrift ingediend.
1.2. De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad van 18 april 2000, gehouden op Sint Maarten. Beide partijen zijn verschenen. De Inspecteur heeft een pleitnota overgelegd. Voorts heeft zij een controlerapport van 16 oktober 1998 in het geding gebracht. Vervolgens heeft appellant bij brief van 7 september 2000 zijn beroep nader gemotiveerd.
1.3. De tweede mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad van 27 november 2000, gehouden op Sint Maarten. Beide partijen zijn verschenen; zij hebben elk een pleitnota overgelegd.
2. Vaststaande feiten
2.1. De ondernemersactiviteiten van O N.V. te Sint Maarten bestaan uit het verkopen van time-share-weken van de S Club op Sint Maarten. Aandeelhouders van O zijn C A.V.V. en T A.V.V., elk voor 50%. Enig aandeelhouder van C is appellant en enig aandeelhouder van T is J; het gaat hier om zogenoemde managementvennootschappen.
2.2. Evenbedoelde ondernemersactiveiten werden tot en met het jaar 1992 uitgevoerd op naam van X Marketing N.V., waarvan S de enig aandeelhouder is. J en appellant waren toen in dienst van X; op hun loon werd loonbelasting ingehouden en afgedragen.
2.3. Bij O is namens de Inspecteur een boekenonderzoek ingesteld. Het daarvan opgemaakte controlerapport van 16 oktober 1998 is door de Inspecteur in het geding gebracht. Zij baseert de thans bestreden navorderingsaanslag op dat rapport, in het bijzonder op de volgende passage:
De eigenaar van de aandelen van X is S. Met hem is contact opgenomen. Volgens de heer S werd hij door de eigenaar van S Club, de heer P, en de heer W (Red: de belanghebbende) benaderd om voor S Club time-share weken te verkopen in verband met zijn kennis van Time-share.
Afspraak zou zijn dat de opbrengsten zouden worden verdeeld tussen S en W op fifty-fifty basis. Omdat O op dat moment geen juiste activiteitsomschrijving had werd besloten om voor de eerste periode X Marketing te gebruiken. Deze onderneming leed een kwijnend bestaan als verkooporganisatie van C Villa's.
Naast de verkoop van time-share-weken S Club zou S zich bezig houden met een tweetal andere projecten, A op St. Thomas en B op St. Lucia. Ook voor die projecten zou een fifty-fifty verdeling komen.
Derhalve verdween S een tijdje van het eiland.
Bij terugkomst in begin 1993 ontving S een Verlies-en Winst-rekening waarin een winst van Naf. 1.042.241,- werd genoemd. Deze werd gedeeld door drie, W, J en S.
S had commentaar op de cijfers en op de winstverdeling, als gevolg daarvan ontstond er ruzie en S werd de toegang tot het complex ontzegd door de heer P.
(…).
Omtrent bovenstaand verhaal hebben de andere betrokkenen een geheel andere versie. In hun opinie was de persoonlijke verhouding tussen S en de andere betrokkenen zodanig verstoord dat verdere samenwerking onmogelijk was. Bovendien was S naar hun mening te weinig op het eiland.
3. Omschrijving geschil en standpunten van partijen
Het geschil betreft de juistheid van de navorderingsaanslag, die appellant betwist en de Inspecteur staande houdt. De Inspecteur baseert haar standpunt op de onder 2.3 geciteerde passage uit het controlerapport inzake O. Appellant ontkent de juistheid daarvan. Met name betwist hij de juistheid van de verklaring van S.
4. Overwegingen omtrent het geschil
4.1. Op de Inspecteur rust de last feiten en omstandigheden te stellen - en bij betwisting aannemelijk te maken - waaruit kan worden afgeleid dat de navorderingsaanslag tot het juiste bedrag is opgelegd. Daartoe verwijst zij naar meergenoemde passage uit het controlerapport inzake O.
4.2. Appellant betwist gemotiveerd de juistheid van de verklaring van S. Nu de Inspecteur dienaangaande geen ander bewijs heeft bijgebracht en evenmin heeft aangeboden, acht de Raad het van haar te verlangen bewijs voor de juistheid van de navorderingsaanslag niet geleverd. Mitsdien moet die aanslag worden vernietigd.
5. Beslissing
De Raad vernietigt de navorderingsaanslag waarvan beroep.
mrs. L. van Gijn, J.W. Ilsink en Th. Groeneveld