ECLI:NL:ORBBNAA:2001:BU3934

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
9 augustus 2001
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1999/268
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van Gijn
  • Ilsink
  • Groeneveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering aanslag inkomstenbelasting door aftrek kosten levensonderhoud studerende kinderen

Appellant kreeg voor het belastingjaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een zuiver inkomen van Naf 436.288, die na bezwaar en ambtshalve vermindering werd teruggebracht tot Naf 358.886. Appellant maakte beroep tegen de vermindering van de aftrek van Naf 25.000 voor kosten levensonderhoud van zijn studerende kinderen met het bedrag van de ontvangen basisbeurs van Naf 5.100.

De Raad stelde vast dat de kinderen van appellant een HBO- of universitaire opleiding volgen en dat appellant jaarlijks een alimentatie van Naf 130.000 betaalt aan zijn drie kinderen, waarvan tweederde deel (ruim Naf 86.000) aan de twee studerende kinderen toekomt. De ontvangen beurs van Naf 5.100 vermindert de kosten niet zodanig dat de maximale aftrek van Naf 25.000 wordt overschreden.

De Raad concludeerde dat de aftrek niet verminderd mag worden met de beurs en vernietigde de beschikking van de Inspecteur. De aanslag werd verminderd tot een zuiver inkomen van Naf 353.786, waarmee de aftrek van de kosten levensonderhoud voor de studerende kinderen volledig werd erkend.

Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een zuiver inkomen van Naf 353.786 door volledige aftrek van kosten levensonderhoud studerende kinderen.

Uitspraak

Beschikking van 9 augustus 2001, nr. 1999/268.
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curaçao,
1. Het procesverloop.
1.1. Aan appellant is, met dagtekening 21 mei 1999, voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een zuiver inkomen van Naf 436.288.
1.2. Bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 8 oktober 1999, heeft de Inspecteur de aanslag verminderd tot een naar een zuiver inkomen van Naf 387.525.
1.3. De Inspecteur heeft het zuivere inkomen bij ambtshalve beschikking nader verminderd tot Naf 358.886, kennelijk omdat alsnog aftrek is verleend voor een bedrag aan betaalde alimentatie ad Naf 28.640.
1.4. Bij op 7 december 1999 ter griffie van de Raad binnenge¬komen be¬roep¬schrift is appellant van deze uitspraak in beroep geko¬men.
1.5. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.
1.6. Ter zitting van 20 november 2000 op Curaçao zijn verschenen de gemachtigde en de Inspec¬teur.
2. De tussen partijen vaststaande feiten.
Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil dan wel door één van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan.
Belanghebbende, geboren op 11 mei 1947, heeft drie kinderen en is van echt gescheiden. Twee van zijn kinderen volgen een opleiding op HBO/universitair niveau in Nederland.
3. Geschil
Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de Inspecteur terecht de door appellant opgevoerde aftrek van Naf 25.000 heeft verminderd met de door die kinderen ontvangen basisbeurs tot een totaalbedrag ad Naf 5.100.
4.De standpunten van partijen
Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de ge¬dingstukken.
5. Beoordeling van het geschil.
5.1. Artikel 16 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (Lib) bepaalt dat buitengewone lasten de op de belastingplichtige drukkende uitgaven zijn voor onder meer de kosten van levensonderhoud voor eigen en aangehuwde kinderen en pleegkinderen.
Het derde lid van voormeld artikel bepaalt met ingang van 1995 dat zodanige kosten mede als buitengewone lasten worden aangemerkt, voor zover die kinderen niet bij machte zijn zelf inkomsten ter voorziening in hun levensonderhoud te verwerven als gevolg van het volgen van een hoger beroeps-, universitaire of daarmee vergelijkbare opleiding. Die kosten worden in aanmerking genomen voor zover zij niet meer bedragen dan Naf 25.000.
5.2. De wettelijke regeling van artikel 16 Lib Pro brengt mee dat in zoverre een kind in zijn kosten van levensonderhoud kan voorzien uit eigen middelen, bijvoorbeeld uit hoofde van een beurs, die kosten niet drukken op de ouder.
Indien de ouder besluit dat het kind de eigen middelen niet voor zijn levensonderhoud hoeft aan te wenden doet dat aan het vorenoverwogene niet af.
5.3. Beoordeeld moet thans worden of de kosten van levensonderhoud van de twee in Nederland studerende kinderen tot een bedrag van Naf 25.000 op appellant drukten, ondanks de basisbeurzen waarover de kinderen, zoals door de Inspecteur onweersproken is gesteld, beschikten.
In dit verband slaat de Raad acht op de tot de gedingstukken behorende alimentatiebeschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 4 maart 1997, no. 142, waaruit blijkt dat appellant aan zijn drie kinderen jaarlijks Naf 130.000 betaalt. Aangenomen kan worden dat daarvan tweederde deel, dus ruim Naf 86.000, toekomt aan de twee kinderen voor wie appellant thans Naf 25.000 als buitengewone lasten wil aftrekken. Wordt gemeld bedrag van Naf 86.000 verminderd met de beurs ad Naf 5.100, dan resteert een bedrag dat hoger is dan de maximumaftrek van Naf 25.000. Voor een correctie van Naf 5.100, zoals door de Inspecteur wordt voorgestaan, is dus geen grond. Het zuiver inkomen moet dus met dat bedrag worden verminderd tot Naf 353.786.
6. Beslissing
De Raad vernietigt de beschikking waarvan beroep en vermindert de aanslag tot een naar een zuiver inkomen van Naf 353.786.
mrs. Van Gijn, Ilsink en Groeneveld