ECLI:NL:ORBBNAA:1994:BU4851

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
27 april 1994
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1993-025
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • H. Warnink
  • J.K. Moltmaker
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 LIBArt. 51 LIBArt. 64 LIBArt. 72 LIB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ontbreken onherroepelijke veroordeling

Aan belanghebbende is voor het belastingjaar 1986 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd met een boete van 100%, gedateerd 4 maart 1993. Belanghebbende heeft hiertegen tijdig beroep ingesteld bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken. De Inspecteur stelde dat navordering na de termijn van vijf jaren mogelijk is op grond van artikel 72 LIB Pro, omdat er een strafrechtelijk onderzoek loopt en vervolging zal plaatsvinden.

De Raad oordeelt dat artikel 72 LIB Pro alleen navordering na vijf jaar toestaat indien sprake is van een onherroepelijke veroordeling wegens opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangifte. In deze zaak ontbreekt een dergelijke veroordeling, en de strafrechtelijke procedure is nog niet aan de zitting behandeld. Hierdoor kan de navorderingsaanslag niet in stand blijven.

De Raad vernietigt daarom de navorderingsaanslag. Dit oordeel bevestigt het belang van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling als voorwaarde voor navordering na de wettelijke termijn van vijf jaar.

Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1986 wordt vernietigd wegens ontbreken van een onherroepelijke veroordeling.

Uitspraak

Beschikking van 27 april 1994, nr. 1993-025
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Sint Maarten,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Het procesverloop:
1.1. Aan X is voor het jaar 1986 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting opgelegd. De aanslag beloopt een door X te betalen bedrag van 11.368.066-,, inclusief een boete van 100%, en is gedagtekend 4 maart 1993 (no. 45006).
1.2. Bij op 11 maart 1993 bij de Raad ingekomen beroepsschrift is X van deze aanslag in beroep gekomen.
1.3. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en daarna is de zaak behandeld ter zitting van de Raad d.d. 19 november 1993, alwaar de gemachtigde van X en de Inspecteur zijn verschenen en hun standpunten uiteen hebben gezet.
2. De ontvankelijkheid van het beroep:
X kan in zijn beroep worden ontvangen, nu het beroepsschrift tijdig binnen de in art. 51 LIB Pro genoemde termijn is ingediend.
3. De verdere beoordeling van het geschil:
3.1. De navorderingsaanslag is opgelegd na verloop van de termijn van 5 jaren als bedoeld in art. 48 LIB Pro.
3.2. De Inspecteur meent evenwel dat X ten onrechte een beroep doet op overschrijding van die termijn, omdat de onderhavige navorderingsaanslag is opgelegd naar aanleiding van in een strafrechtelijk onderzoek gebleken feiten, waarvoor X zal worden vervolgd. Hij verwijst daarbij naar art. 72 LIB Pro.
3.3. Het standpunt van de Inspecteur kan niet als juist worden aanvaard. Art. 72 houdt Pro, voorzover hier van belang, in dat in geval van een onherroepelijke veroordeling krachtens art. 64 LIB Pro - kortweg het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een belastingaangifte - navordering ook na verloop van evengenoemde termijn kan plaatsvinden. Van een dergelijke onherroepelijke veroordeling is in dit geval, naar de Raad ambtshalve bekend is, geen sprake. De strafrechtelijke vervolging van X heeft zelfs nog niet tot een behandeling ter terechtzitting geleid.
3.4. Uit het vorenstaande volgt, dat de navorderingsaanslag niet in stand kan blijven.
4. De beslissing:
De Raad vernietigt de navorderingsaanslag, waarvan beroep.
mrs. H. Warnink, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink