ECLI:NL:ORBBNAA:1990:BU4660
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J.M. Kolfschoten
- J.K. Moltmaker
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens niet-vrijgestelde winstuitkeringen en niet-naleving inlichtingenplicht
De zaak betreft een geschil over de loonbelasting naheffingsaanslag opgelegd aan een naamloze vennootschap (N.V.) over de jaren 1980 tot en met 1984. De N.V. had winstuitkeringen gedaan aan een werknemer, C, die zij als vrijgestelde dividenden op grond van artikel 14 van Pro de Landsverordening ter bevordering industrievestiging en hotelbouw 1953 beschouwde.
De Inspecteur stelde dat deze uitkeringen niet als dividenden konden worden aangemerkt en dat de N.V. niet voldeed aan de inlichtingenplicht door het arbeidscontract van C niet te overleggen. De N.V. voerde aan dat de arbeidsovereenkomst mondeling was en dat de uitkeringen als aandeelhouder of geldschieter waren ontvangen.
De Raad oordeelde dat de N.V. onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de uitkeringen als vrijgestelde winstuitkeringen konden worden beschouwd. Tevens werd het ontbreken van het arbeidscontract als schending van de inlichtingenplicht aangemerkt, waardoor de naheffingsaanslag moest worden bevestigd.
De Raad bevestigde daarom de beschikking van de Inspecteur en wees het beroep van de N.V. af.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs voor vrijstelling en niet-naleving van de inlichtingenplicht.