ECLI:NL:ORBBNAA:1987:BQ8606

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
18 november 1987
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1987-017 (24-1987)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • A.P.M. Houtman
  • W.B. de Jong
  • T.J.M. Kolfschoten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 128b Algemene Verordening In-, Uit- en Doorvoer 1908Landsverordening bevordering van de Grondontwikkeling (P.B. 1964, no. 77)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging beschikking invoerrechten wegens niet-naleving vrijstellingsvoorwaarden

Belanghebbenden, S en N, voeren beroep tegen een beschikking van de Inspecteur die de vrijstelling van invoerrechten op voertuigen weigert. De vrijstelling was aanvankelijk toegekend voor Mercedes-Benz diesel-stationwagens, maar in plaats daarvan werden Volvo-automobielen ingevoerd. De Inspecteur stelde dat deze voertuigen niet onder de vrijstellingsregeling vallen en bovendien ook privé worden gebruikt.

Het beroep richt zich op de uitleg van de Landsverordening bevordering van de Grondontwikkeling en de Algemene Verordening In-, Uit- en Doorvoer 1908, waarin is bepaald wie als belanghebbende kan optreden en binnen welke termijn beroep mogelijk is. De Raad oordeelt dat S als aangever en N als belanghebbende ontvankelijk zijn in het beroep.

De Raad overweegt dat het vertrouwensbeginsel niet kan worden ingeroepen omdat de feitelijke situatie afwijkt van de oorspronkelijke vergunning en omdat privégebruik van de voertuigen plaatsvindt. Hierdoor is geen recht op vrijstelling van invoerrechten ontstaan.

De Raad bekrachtigt daarom de beschikking van de Inspecteur en wijst het beroep af.

Uitkomst: De beschikking van de Inspecteur wordt bekrachtigd en het beroep van belanghebbenden wordt afgewezen wegens niet-naleving van de vrijstellingsvoorwaarden.

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP
18 november 1987
1987-017 (24-1987)
Gezien het namens N en S door gemachtigde ingediende beroepschrift met bijlagen, welk beroepschrift is ingekomen bij de Raad op 3 juni 1987 en hiertoe strekt, dat de Raad zal vernietigen de beschikking van de Inspecteur nr 565/Az dd 15 mei 1987;
Gezien het op 21 juli 1987 door de Inspecteur bij de Raad ingediende vertoogschrift, strekkende primair tot niet-ontvankelijkverklaring van N en S, subsidiair tot handhaving van de beschikking a quo;
Gezien het verweerschrift van N en S, bij de Raad ingediend op 7 september 1987, strekkende tot persistit;
Gezien de overige stukken;
Gehoord ter behandeling in raadkamer van de Raad op 27 oktober 1987 de gemachtigde van N en S en de Inspecteur, waarbij door de gemachtigde voornoemde notities zijn overgelegd;
Overwegende:
1. De Inspecteur roept primair de niet-ontvankelijkheid in van zowel S als N.
De eerste omdat zij geen belang heeft bij de zaak, de laatste omdat zij geen voor beroep vatbare beslissing heeft gekregen.
Dit verweer van de Inspecteur dient te worden verworpen.
Artikel 128b lid .. van de Algemene Verordening In-, Uit- en Doorvoer 1908 geeft de ‘aangever’ het recht om bij de Inspecteur een bezwaarschrift in te dienen. Als aangever dienst S te worden beschouwd, die het bezwaarschrift dan ook heeft ingediend.
Lid 2 van het … artikel schrijft voor dat de Inspecteur zijn beslissing … ter kennis brengt van belanghebbenden. Als zodanig dienen in redelijkheid te worden beschouwd de aangever (in dit geval …).
Inspecteur zulks heeft ingezien blijkt uit het feit, dat hij een afschrift van zijn beslissing niet alleen aan S, doch ook aan N heeft verzonden.
Lid 3 van het meergenoemd artikel bepaalt dat “binnen een maand na … beroep openstaat bij de Raad”. Gezien de open formulering moet er van worden uitgegaan dat dit rechtsmiddel aan de belanghebbende(n) is toegekend. Een redelijke wetstoepassing brengt dit mede. Nu het onderhavige beroepschrift voor het overige tijdig en op de juist wijze is ingesteld kunnen belanghebbenden daarin worden ontvangen.
2. Ten processe kan van de navolgende vaststaande feiten worden uitgegaan:
- bij Landsbesluit van 13 november 1984 zijn de bepalingen van de Landsverordening bevordering van de Grondontwikkeling (P.B. 196, no. 77) op het bedrijf van N van toepassing verklaard;
- bij beschikking van 5 mei 1986 nr. Tz 19 heeft de Inspecteur beslist dat voertuigen, bestemd om uitsluitend te worden gebezigd in de uitoefening van het bedrijf van N met vrijdom van invoerrechten zullen kunnen worden ingevoerd, zulks na een daartoe door N schriftelijk aan de inspecteur gedaan verzoek met betrekking tot een tweetal Mercedes-Benz-diesel-stationwagens;
- uit de handelsvoorraad van S heeft N vervolgens een tweetal Volvo-automobielen (type a en b) gekocht, waarna S onder verwijzing naar voormelde beschikking de reeds betaalde invoerrechten op beide wagens terugvorderde;
- nadat de Inspecteur afwijzend had beslist heeft S een bezwaarschrift ingediend.
3. Belanghebbenden komen thans in beroep tegen de door de Inspecteur op voormeld bezwaarschrift genomen beschikking 565 Az dd, mei 1987, daartoe aanvoerend dat de betreffende automobielen dienen te worden aangemerkt als goederen, bedoeld in artikel ... lid 1, onder a van voormelde Landsverordening (P.B. 1964, no.77) en N mitsdien terzake vrijstelling van invoerrechten geniet. Belanghebbenden beroepen zich daarbij mede op de inhoud van … van de Inspecteur dd. 5 mei 1986, nr. Tz 19. Zij ... automobielen hebben ingevoerd, weliswaar Volvo in plaats van Mercedessen, in het door de beschikking gewekte vertrouwen … voor vrijstelling van invoerrechten zouden verkrijgen. Volgens hen kan de Inspecteur niet … later daarop terugkomen.
4. De Inspecteur heeft het standpunt van belanghebbenden bestreden, en aangevoerd dat de beide auto’s naar hun aard niet te brengen zijn onder de vrijstellingsbepaling van genoemd artikel 3 lid Pro l onder a. van P.B. 1964, No. 77), en dat de beschikking dd 5 mei 1986 Nr. Tz 19 niets anders inhoudt dan een omschrijving van de wettelijke vereisten waaraan ten dezen niet wordt voldaan.
Voorts heeft de Inspecteur gesteld dat belanghebbenden geen beroep kunnen doen op de beschikking van 5 mei 1986, omdat thans andere automobielen zijn ingevoerd en die bovendien ook prive gebruikt worden, dus niet uitsluitend in de uitoefening van het bedrijf.
5. Het beroep van belanghebbenden op algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, gaat niet op. Niet alleen omdat N niet de Mercedes-Benz-diesel-stationwagens heeft ingevoerd, maar vooral omdat belanghebbenden niet hebben kunnen ontzenuwen de stelling van de Inspecteur dat bedoelde personenauto’s mede aan privé-gebruik door de heer en/of mevrouw B dienstbaar worden gemaakt.
Hieruit volgt mede dat belanghebbenden alleen al op die grond geen aanspraak kunnen maken op het rechtens voor bescherming in aanmerking komende vertrouwen dat zij zeggen te kunnen ontlenen aan de beschikking van 5 mei 1986, Nr. Tz 19. Daarin is sprake van voertuigen, bestemd om uitsluitend te worden gebezigd in het bedrijf van N.
6. Het vorenstaande moet leiden tot het oordeel dat belanghebbenden vergeefs in beroep zijn gekomen, en dat de beschikking a quo voor bekrachtiging gereed ligt.
Beslissende:
Bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.
mrs. A.P.M. Houtman, W.B. de Jong en T.J.M. Kolfschoten