ECLI:NL:ORBBNAA:1986:BQ8505
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G.A. Molenaar
- H. Warnink
- A.P.M. Houtman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag winstbelasting wegens onjuiste feitengrondslag en termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag winstbelasting over 1979 ter hoogte van f. 115.000.000,-. De kern van het geschil betrof de vraag of de navordering tijdig was opgelegd en op juiste feiten was gebaseerd.
De inspecteur stelde dat de aanslag tijdig was opgelegd omdat deze op 24 december 1984 in het kohier was gebracht en ondertekend. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de datum van het aanslagbiljet (10 januari 1985) bepalend was. De Raad oordeelde dat de datum van kohierstelling en ondertekening doorslaggevend is, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad, en verwierp het verweer van belanghebbende over de tijdigheid.
Ten aanzien van de feitengrondslag stelde de inspecteur aanvankelijk dat de navordering was gebaseerd op een in december 1984 bekend geworden gunstig leveringscontract (net back deal). Tijdens de procedure wijzigde de inspecteur echter de feitengrondslag naar intercompany pricing die pas in 1985 bekend werd. De Raad oordeelde dat deze latere feiten niet als grondslag voor de navordering kunnen dienen omdat zij niet tijdig waren bekend.
Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd. De Raad benadrukte dat een navordering ter behoud van rechten acceptabel kan zijn, maar niet mag worden gebruikt om geheel andere feiten aan de navordering ten grondslag te leggen dan die tijdig bekend waren.
Uitkomst: De navorderingsaanslag winstbelasting 1979 wordt vernietigd wegens het baseren op niet tijdig bekende feiten.