ECLI:NL:ORBBACM:2015:64

Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
30 januari 2015
Publicatiedatum
14 oktober 2019
Zaaknummer
2012/55740
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Algemene Landsverordening Landsbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boeten wegens te late aangifte inkomstenbelasting niet vernietigd ondanks administratieve problemen rechtsvorm onderneming

Belanghebbende kreeg boeten opgelegd wegens het niet tijdig doen van de aangiften inkomstenbelasting over 2008 en 2009. De boeten bedroegen NAf 250 voor 2008 en NAf 500 voor 2009. Belanghebbende voerde aan dat administratieve problemen, veroorzaakt door de overgang van een eenmanszaak naar een besloten vennootschap, het niet tijdig indienen van de aangiften verklaarden.

De Inspecteur handhaafde de boeten en stelde dat belanghebbende contact moest opnemen met de ontvanger om zijn situatie te regelen. Tijdens de zitting bevestigde belanghebbende dat hij zijn aangiften niet tijdig had ingediend en dat zijn belastingschuld opliep.

De Raad oordeelde dat administratieve problemen in verband met de rechtsvorm van de onderneming geen geldig excuus vormen voor het niet tijdig doen van aangiften. De opgelegde boeten waren in overeenstemming met het geldende beleid en passend. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de boeten wegens te late aangifte inkomstenbelasting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Beschikking d.d. 30 januari 2015, nr. 2012/55740.
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curaçao,
inzake: [belanghebbende],
tegen
[de Inspecteur].

1.Het procesverloop

1.1
Aan belanghebbende zijn boeten van NAf 250 (2008) en NAf 500 (2009) opgelegd wegens het niet tijdig doen van de aangiften inkomstenbelasting voor de jaren 2008 en 2009.
1.2
Belanghebbende is in bezwaar gekomen tegen de boeten. Voor zover er uitspraak op bezwaar is gedaan, heeft de Inspecteur de boeten gehandhaafd.
1.3
Belanghebbende is op 6 november 2013 in beroep gekomen.
1.4.
De Inspecteur heeft geen vertoogschrift ingediend.
1.5.
Ter zitting van 14 november 2014 te Willemstad zijn verschenen belanghebbende en namens de Inspecteur [A].

2.De tussen partijen vaststaande feiten

21 Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
2.2.
Belanghebbende exploiteerde een eenmanszaak die later is ingebracht in een besloten vennootschap. Daarbij zijn fiscale problemen ontstaan doordat de administratie niet op orde was. De BV heeft het aan belanghebbende toegezegde salaris niet betaald. Belanghebbende heeft nu grote belastingschulden.

3.Geschil

Tussen partijen is in geschil of de boeten terecht zijn opgelegd.

4.De standpunten van partijen

4.1
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.
4.2
Belanghebbende stelt dat zijn belastingschuld alsmaar oploopt en dat hij dat nooit kan betalen.
4.3
De Inspecteur stelt dat belanghebbende contact moet opnemen met de Ontvanger.

5.Beoordeling van het geschil

5.1
Belanghebbende betwist niet dat hij zijn aangiften inkomstenbelasting voor de jaren 2008 en 2009 niet op tijd heeft ingediend. Artikel 8 Algemene Pro Landsverordening Landsbelastingen bepaalt dat het niet tijdig doen van aangifte een verzuim is waarvoor een boete kan worden opgelegd van maximaal NAf 2.500.
5.2
De Inspecteur heeft een boete opgelegd van NAf 250 voor 2008 en NAf 500 voor 2009. Dat is in overeenstemming met het beleid zoals dat is gepubliceerd in de Ministeriele beschikking administratieve boeten.
5.3
Belanghebbende is verplicht aangifte inkomstenbelasting te doen als aan hem een aangiftebiljet wordt uitgereikt. Administratieve problemen in verband met de rechtsvorm van zijn onderneming zijn geen geldig excuus voor het niet tijdig doen van de aangiften. De Raad acht de opgelegde boeten passend en geboden.
5.4
Uit het hiervoor overwogene volgt dat het beroep ongegrond is.

6.Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan in raadkamer door mrs. S. Verheijen, voorzitter, T. Groeneveld en A. Beukers-van Dooren, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris mr. B. Jussen en uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2015.